Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2e. dat de opvarenden der losvaartuigen na afloop def voormelde vijf dagen gedurende een gelijk tijdvak dagelijks door de met het gezondheidsonderzoek belaste autoriteit worden onderzocht;

3e. dat de opvarenden der losvaartuigen bij voorkeur gekozen worden uit de leden van één zelfde kongsie ;

4e. dat de noodige maatregelen worden genomen om den overgang van ratten van het schip naar de losvaartuigen tegen te gaan.

(2) Alinea 1 van dit artikel is slechts van toepassing op schepen, ter reede van Sabang (Atjeh en Onderhoorigheden) aangekomen van Galcutta en Rangoon.

(3) De Gouverneur-Generaal is bevoegd alinea 1 van dit artikel ook van toepassing te verklaren op andere schepen dan die, genoemd in alinea 2.

ART. 23c 1) (1) Te Sabang (Atjeh en Onderhoorigheden) kan aan schepen, welke ingevolge het bepaalde bij artikel 21 gehouden zijn buiten gemeenschap met den wal te blijven, door den havenmeester worden vergund om voor het innemen van kolen te gaan liggen op een afstand van 2 (twee) meter van het laadhoofd, indien :

le. uit een geneeskundig en bacteriologisch onderzoek, gehouden door de met het gezondheidsonderzoek belaste autoriteit, en uit eene beëedigde verklaring van den scheepsdokter of bij gebreke van dien van den gezagvoerder blijkt:

a. dat het schip noch vóór het vertrek uit de laatste besmette plaats, noch gedurende de reis van die plaats naar Sabang, noch op de reede aldaar pestlijders heeft aan boord gehad ;

b. dat er geen pestzieke ratten aan boord zijn geconstateerd;

c. dat er geen ongewone sterfte onder de ratten aan boord is waargenomen;

2e. zich geen dekpassagiers of pelgrims aan boord bevinden.

(2) De vergunning wordt verleend op de volgende voorwaarden:

le. alle luiken van het schip, behalve die, welke noodig zijn voor het kolen laden, worden gesloten alvorens het schip aan het laadhoofd komt liggen en mogen eerst na het vertrek van het schip geopend worden ;

1) Nieuw artikel cfm. Stbl. 1935 No. 447.

Sluiten