Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

örrt tijdelijk te debarkeeren op eene plaats, waar zij gedurende den termijn van het verbod van gemeenschap met den wal afgezonderd moeten blijven en ook uitgesloten zijn van verkeer met het schip.

(2) In bijzondere gevallen kan ook aan opvarenden van een schip, aan boord waarvan geen pestgevallen voorkomen, op dezelfde wijze gelegenheid tot debarkeeren worden gegeven, indien het schip zoodanig met emigranten of andere opvarenden overvuld is, dat een eenigszins langdurig verblijf in quarantaine aan boord — volgens advies van de met het gezonheidsonderzoek belaste autoriteit — voor de gezondheid der opvarenden schadelijk wordt geacht.

(3) De afzondering der opvarenden sluit in zich, dat niemand de voor quarantaine aangewezen plaats mag betreden, behalve zij, die ambtshalve daartoe aangewezen of bevoegd zijn, dan wel van het bestuur daartoe vergunning hebben gekregen. Door het bestuur wordt gewaakt voor stipte handhaving der afzondering.

(4) De met het gezondheidsonderzoek belaste autoriteit of een daarvoor speciaal aan te wijzen geneeskundige observeert de tijdelijk gedebarkeerden zooveel mogelijk dagelijks.

(5) Van bestuurswege wordt gezorgd voor huisvesting en tevens voorzien in het transport, de verpleging en voeding van de tijdelijk gedebarkeerden. De kosten hiervan komen, voor zoover de bemanning betreft, ten laste van het schip en worden, voor zooveel de andere opvarenden aangaat, door hen zeiven of hunne erfgenamen vergoed, een en ander volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen tarief.

(6) Behoeftige passagiers worden op 's Lands kosten vervoerd en verpleegd.

ART. 25. Schepen, aan boord waarvan pest voorkomt of uitbreekt, die zich bevinden op havenplaatsen, waar geene gelegenheid bestaat om pestlijders onder voldoende voorzorgen tegen verspreiding der ziekte te verplegen, zijn verplicht op aanzegging van de in artikel 11 der Quarantaine-ordonnantie bedoelde autoriteit, zich te begeven naar eene hun aan te wijzen ligplaats elders, waar voor afzondering van zieken en opvarenden over een quarantaine-station kan worden beschikt. Zij zijn gehouden daar te verblijven, totdat het verbod van gemeenschap met den wal is opgeheven.

ART. 26. Behalve in de gevallen en onder de voorwaarden, genoemd in artikel 9, mogen de goederen, vermeld onder de letters a tot en met ƒ van het eerste lid van artikel 8, in

37*

Sluiten