Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n. het betreden van de plaatsen, waar aan eene besmettelijke ziekte gestorven of afgemaakt vee, dan wel uitwerpselen van aan eene besmettelijke veeziekte lijdende dieren begraven zijn, zoomede het omwoelen van de aarde dier plaatsen binnen een telkens te bepalen termijn te verbieden ; o. voor de uitvoering van alle maatregelen, in dit artikel omschreven, te beschikken over de werkbare mannen van de inlandsche bevolking ;

p. de toegangen tot de kringen, bedoeld in de §§ d en k, als ook de grenzen dier kringen kenbaar te maken op eene door het Hoofd van gewestelijk bestuur te bepalen wijze, zullende voorts aan de toegangen geplaatst worden een paal, waaraan een plank, voorzien van de woorden „besmettelijke veeziekte", benevens van den naam der ziekte in alle ter plaatse gesproken inheemsche talen.

q. op het verbod tot uitvoer van vee binnen de kringen, bedoeld bij de §§ d en k van dit artikel, uitzonderingen toe te laten voor slachtvee, mits aan de toelating van het laatstgemelde het bevel verbonden wordt om het binnen eene bepaalde tijdruimte te slachten.

Die tijdruimte wordt zoo kort mogelijk gesteld en mag in geen geval het incubatie-tijdperk der besmettelijke ziekte overschrijden 1).

ART. 2. De maatregelen, door de Hoofden van gewestelijk bestuur genomen, bepalen zich tot het door hen bestuurd gewest.

Waar de besmettelijke veeziekte nabij of aan de grenzen van hun gewest voorkomt, doen zij daarvan en van de genomen maatregelen dadelijk mededeeling aan de bestuurshoofden der aangrenzende gewesten.

Dezen zijn bevoegd aan hunne zijde der grens eene demarcatielijn te trekken, waarbinnen de bepalingen van art. 1 dezer ordonnantie toepasselijk zijn.

Art. 3. Als verdacht worden beschouwd:

le. dieren, die verschijnselen vertoonen, welke het uitbreken eener besmettelijke ziekte doen vermoeden;

2e. dierenr die dergelijke verschijnselen nog niet vertoonen, maar waarvan niettemin vermoed wordt, dat zij de smetstof in zich opgenomen hebben.

ART. 4. Wanneer bij het voorkomen van gevallen eener besmettelijke veeziekte de bevelen van het Hoofd van gewestelijk

1) Sub q toegevoegd bij Stbl. 1896 No. 183.

Sluiten