Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogte aangebrachte gordingen of door andere doelmatige middelen zijn omschut.

32e. In de werklokalen, waar ontplofbare stoffen worden bereid of bewerkt, moet tenminste één deur zijn, die naar buiten openslaat, de ramen mogen slechts verstrooid zonlicht doorlaten, gereedschappen van ijzer of staal mogen niet worden gebruikt, tenzij, en voor zoover, zulks voor de uitoefening van het bedrijf onvermijdelijk is; er mag niet meer ontplofbare stof aanwezig zijn, dan voor de bewerking of voor direct gebruik noodig is en de lokalen moeten overigens voldoen aan de eischen, die daarvoor te stellen zijn.

33e. De ketels, bussen of andere toestellen, die sterk samengeperste of vloeibaar gemaakte gassen inhouden en die gevaar bij ontploffing kunnen opleveren, moeten, wanneer zij zich bevinden in een werklokaal, tenminste eene vijfvoudige zekerheid aanbieden tegen ontploffing, en zij moeten, zoo noodig, aan een onderzoek of eene beproeving kunnen worden onderworpen ; bij die toestellen moeten de ter verzekering van een veilig gebruik dienende middelen zijn aangebracht, welke steeds in goeden staat van onderhoud moeten verkeeren, terwijl die toestellen nooit geheel gevuld mogen zijn met vloeibaar gemaakte gassen, noch mogen worden blootgesteld aan groote zonnewarmte of vuurhitte.

HOOFDSTUK III.

Toezicht.

Art. 3. 1). (1) De Directeur der Burgerlijke Openbare Werken is belast met het algemeen toezicht op de uitvoering van dit reglement.

(2) Hij is bevoegd bijzondere bepalingen vast te stellen ter nadere omschrijving van de in het voorgaand artikel genoemde eischen.

(3) Onder zijne bevelen wordt het technisch toezicht op de naleving van dit. reglement uitgeoefend door de ambtenaren van den dienst van het stoomwezen. 2)

(4) De hoofdingenieur en de ingenieurs van dienst 2) zijn bevoegd om, volgens regelen, door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken te stellen en met inachtneming van eventueel, ingevolge de 2de alinea van dit artikel, door dien Directeur vastgestelde bijzondere bepalingen, nopens de door

1) Zooals dit artikel is gewijzigd bij Stbl. 1906 No. 480.

2) Zooais al. 3 en 4 luiden cfm. Stbl. 1909 No. 189. .

Sluiten