Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen voor de voldoening aan de in artikel 2 genoemde eischen, in elk bijzonder geval noodig geoordeelde maatregelen, onderteekendeen gedagteekende schriftelijke voorschriften vast te stellen.

(5) Behoudens het bepaalde bij de volgende alinea, zijn de Hoofden van plaatselijk bestuur belast met het toezicht op de naleving der gegeven voorschriften en op de handhaving der geëischte veiligheidsmaatregelen.

(6) Het toezicht op de naleving der gegeven voorschriften, betreffende de middelen voor eerste hulp bij ongevallen, welke in fabrieken en werkplaatsen aanwezig moeten zijn, wordt uitgeoefend door de geneesheeren, belast.met het toezicht op of de waarneming van den burgerlijken geneeskundigen dienst.

ART. 4. 1). (1) De hoofden en bestuurders van fabrieken en werkplaatsen en de daarin verblijvende personen zijn verplicht aan de in het vorig artikel genoemde ambtenaren de door hen verlangde inlichtingen te geven omtrent zaken en feiten, de naleving van dit reglement betreffende, en de voorschriften op te volgen, overeenkomstig het voorgaand artikel gegeven. De hoofden en bestuurders van fabrieken en werkplaatsen zijn voorts verplicht om in hunne fabriek of werkplaats op zoodanige wijze, dat het voor een ieder duidelijk leesbaar zij, op te hangen en opgehangen te houden :

a. een exemplaar van dit reglement ;

b. een exemplaar van de door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken krachtens de 2de alinea van artikel 3 vastgestelde bijzondere bepalingen, voor zoover deze op hunne fabriek of werkplaats toepasselijk zijn;

c. een afschrift van ingevolge de 4e alinea van artikel 3 vastgestelde voorschriften. 2)

(2) Heeft het hoofd of de bestuurder van eene fabriek of werkplaats bezwaar tegen opvolging van een krachtens het bepaalde in de 4e alinea van het vorig artikel gegeven voorschrift, dan kan hij daarvan binnen 14 dagen bij den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken in beroep komen. 2)

(3) De Directeur der Burgerlijke Openbare Werken beslist, na onderzoek, bij een met redenen omkleed besluit.

(4) Worden de bezwaren geheel of gedeeltelijk gegrond bevonden, dan treedt de beslissing van den Directeur in de plaats van het voorschrift, waartegen beroep werd ingesteld.

1) Zooals dit artikel is gewijzigd bij Stbl. 1906 No. 480 en 1907 No. 218.

2) Zooals al. 1 sub. c. en al 2 luiden cfm. Stbl. 1909 No. 189.

Sluiten