Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te hebben aangeteekend, een exemplaar weder aan den verzoeker ter hand stelt.

(3) De vroeger ingediende aanvrage heeft de voorkeur boven de later ingediende.

(4) De vergunning wordt verleend voor eenen bepaalden tijd, drie achtereenvolgende jaren niet te boven gaande, en voor een veld, dat zich binnen de verticale projectie van een in de akte van vergunning zoo nauwkeurig mogelijk aangeduid terrein tot in onbepaalde diepte uitstrekt; zij kan op een vóór het verstrijken van den vergunningstermijn, op de wijze, als in het 2de lid van dit artikel bepaald, ingediend verzoek van den houder tweemalen, telkens voor den tijd van ten hoogste één jaar, worden verlengd. Aan de vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden.

(5) Van beslissingen op verzoeken omtrent verleening of verlenging is beroep op den Gouverneur-Generaal toegelaten. Door dezen kan op grond van billijkheid of algemeen belang van den in het derde lid van dit artikel gestelden regel worden afgeweken.

(6) Met de opsporing moet binnen den tijd van één jaar, na den datum, waarop de vergunning verleend is, een aanvang zijn gemaakt.

(7) De vergunning kan niet anders dan krachtens een van Regeeringswege verkregen toestemming worden overgedragen.

(8) De vaststelling van verdere voorschriften tot uitvoering van dit artikel, alsook betreffende de maximum afmetingen van tot het doen van opsporingen aan te vragen terreinen, geschieden bij ordonnantie.

ART. 7 t/m. 11 enz.

ART. 12. (1) De vergunning wordt ingetrokken :

a. ingeval niet binnen den in artikel 7 daarvoor bepaalden tijd met de opsporing is aangevangen ;

b. op vordering van de rechthebbenden op den grond of van derde belanghebbenden, ingeval de opsporingen worden ondernomen, zonder dat te hunnen opzichte is voldaan aan de bepalingen van art. 9.

(2) De vergunning kan worden ingetrokken :

a. ingeval de houder der vergunning aan eene der daarbij gestelde voorwaarden niet voldoet;

b. hetzij voor het geheele onderzoekingsterrein, hetzij voor een gedeelte daarvan, op verzoek van den houder der vergunning. Dit verzoek wordt in tweevoud ingediend aan den ingevolge het tweede lid van art. 7 aangewezen

42*

Sluiten