Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van twee maanden na de bekendmaking in de Javasche Courant.

ART. 93 t/m. 131 enz.

ART. 132. (1) Wanneer ten behoeve van de opsporingen de tijdelijke beschikking noodig is over grond, behoorende tot het staatsdomein, waarop derden geen rechten uitoefenen, wordt voor die tijdelijke beschikking geene vergoeding aan het Gouvernement gevorderd, tenzij de grond, door het in gebruik nemen, naar het oordeel van het in het eerste lid van art. 130 genoemd Hoofd van plaatselijk bestuur, grootendeels of geheel waardeloos zal worden, in welk geval eene door den Gouverneur-Generaal vast te stellen schadeloosstelling zal moeten worden betaald of vooraf verzekerd.

(2) Wanneer ten behoeve van de opsporingen moet worden beschikt over grond, gelegen binnen het gebied van 's Lands bosschen, welke onder geregeld beheer staan, zal de houder der vergunning verplicht zijn tot vergoeding aan het Gouvernement van al het houtgewas, dat hij, zoowel ingevolge art. 512, als overigens weg kapt. De vergoeding zal worden berekend volgens de thans vastgestelde of nader vast te stellen tarieven. Ingeval, naar het oordeel van den betrokken boschbeheerder, door de beschikking over tot 's Lands djatibosschen behoorenden grond, die grond grootendeels of geheel waardeloos zal worden, is door den houder der vergunning niet alleen de in het eerste lid van dit artikel bedoelde schadeloosstelling verschuldigd, maar ook eene volgens de vastgestelde of nader vast te stellen tarieven te berekenen vergoeding voor de geheele op den grond aanwezige houtmassa.

(3) Onverminderd het bepaalde bij het tweede lid van dit artikel, zal de houder der vergunning bij het doen van opsporingen, binnen door de Regeering in exploitatie of ter zuivering uitgegeven boschperceelen, ook verplicht zijn tot vergoeding van de schade, toegebracht aan de betrokken houtcontractanten.

(4) Wanneer ten behoeve van de opsporingen moet worden beschikt over grond, gelegen binnen het gebied van 's Lands bosschen, welke onder geregeld beheer staan, zullen door het Hoofd van gewestelijk bestuur, in overleg met den houder der vergunning en behoudens de rechten van derden, desvereischt en zonder de uitoefening van het bedrijf te belemmeren, bijzondere voorzieningen kunnen worden getroffen omtrent den aanleg of de verbetering van de in die bosschen vallende en ten. behoeve van de opsporingen benoodigde niet-permanente wegen, de openstelling van die wegen voor het publiek

Sluiten