Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(5) Het hooger beroep van beslissingen der mijninspecteurs moet door den concessionaris of diens vertegenwoordiger worden ingesteld binnen dertig dagen, nadat de beslissing, waarvan in beroep wordt gekomen, in het mijnboek is ingeschreven.

(6) Het hooger beroep van beslissingen van den chef der mijninspectie moet door den concessionaris of diens vertegenwoordiger bij den chef van het mijnwezen worden ingesteld binnen dertig dagen, nadat de beslissing, tegen bewijs van ontvangst, aan den concessionaris of diens vertegenwoordiger is uitgereikt of bij aangeteekend schrijven toegezonden.

Art. 364 t/m 372 enz.

Art. 373. (1) Behalve aan daartoe bevoegden of hen, die met uitdrukkelijke toestemming van den beheerder der onderneming, dan wel van den houder der vergunning of den door dezen met de plaatselijke leiding der opsporingen belasten persoon worden toegelaten, is het betreden van eenig onderdeel van een mijnwerk of opsporingswerk aan een ieder verboden.

(2) De personen, die toestemming hebben verkregen om een mijnwerk of opsporingswerk te betreden, moeten daarbij van een daartoe aangewezen beambte der onderneming vergezeld worden.

Art. 374 (1) Onverminderd hetgeen bij andere wettelijke voorschriften is bepaald ten aanzien van vernieling, beschadiging of onbruikbaarmaking van goederen, is het verboden eenig onderdeel van een mijnwerk of opsporingswerk te misbruiken, op andère wijze aan de bestemming te onttrekken of te beschadigen, wanneer door die handelingen gevaar voor de veiligheid van personen of het openbaar verkeer kan ontstaan.

(2) leder, die bemerkt of verneemt dat eenig onderdeel van een mijnwerk of opsporingswerk is of wordt misbruikt, op andere wijze aan de bestemming onttrokken of beschadigd, is verplicht daarvan onverwijld kennis te geven aan een der met het toezicht op het werk belaste personen.

Art. 375 t/m 381 enz.

Art. 382. De werklieden in diepbouwen mogen zich op geene andere wijze naar hunne werkplaatsen begeven dan zooals hun door of van wege den technischen chef van het mijnwerk wordt voorgeschreven.

Art. 383. (1) De ondergrondsche ruimten moeten, zoo lang zij in gebruik zijn, voldoende veiligheid aanbieden.

Sluiten