Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewaarplaats naar de andere mag alleen geschieden in behoorlijk gesloten colli en onder zoodanig geleide, dat geen ontvreemding kan plaats hebben.

(2) Schokken moeten bij het transport van brisante schietmiddelen zorgvuldig worden vermeden.

(3) Aan dragers en geleiders is het rooken tijdens het transport verboden.

(4) Het transport mag aan de oppervlakte alleen bij daglicht en onder behoorlijke beschutting tegen het directe zonlicht, in de mijn zooveel mogelijk tusschen twee schoften plaats hebben.

(5) Voor de verlichting bij het transport mogen alleen koperen of messingen veiligheidslampen worden gebruikt, die alleen door de geleiders mogen worden gedragen.

(6) Het transport van brisante schietmiddelen door den mijnput moet op mechanische wijze en langzaam geschieden en eerst nadat zoowel naar de machineruimte, als naar de ondergrondsche ontvangplaats (Füllort) door seinen is kennis gegeven, dat het transport zal plaats hebben.

(7) Met uitzondering van den geleider mogen geen personen tegelijk met schietmiddelen in den lastbak of in de kooi plaats nemen.

(8) Het transport van slaghoedjes, gelijktijdig met andere springmiddelen, is verboden.

ART. 472. De voorschriften van het bij de ordonnantie van 18 September 1893 (Staatsblad No. 234) vastgesteld Reglement op den invoer, het bezit, den aanmaak, het vervoer en het gebruik van ontplofbare stoffen, zooals die ordonnantie sedert is gewijzigd en aangevuld, zijn, voor zoover zij betrekking hebben op den opslag van ontplofbare stoffen, niet van toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde bewaring van schietmiddelen.

ART. 473. Het gleuven (schramen) is verboden, indien het onmogelijk blijkt de zich boven de gleuf bevindende massa (mineraal of gesteente) tegen ontijdig afbreken te behoeden.

Artikel 474 en 475 enz.

ART. 476. (1) Stoffen, die aan zelfontbranding onderhevig zijn of op andere wijze gevaarlijk zijn of kunnen worden en waarvan de aanwezigheid niet noodzakelijk is, moeten zooveel mogelijk uit de mijn worden verwijderd.

(2) De chef der mijninspectie kan onder bepaalde voorwaarden ontheffing van het voorschrift van het eerste lid van dit artikel verleenen.

Sluiten