Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 6Ö1. Door den chef van het mijnwezen en de anderê mijningenieurs, zoomede door de Hoofden van gewestelijk en plaatselijk bestuur ieder binnen den kring zijner bevoegdheid, wordt van de overtredingen van de Indische mijnwet en van deze ordonnantie, welke zij ontdekken, proces-verbaal opgemaakt op den eed, bij de aanvaarding hunner bediening aan den Lande gedaan.

ART. 602. Hij, die de bij het vijfde lid van art. 328, het vierde lid van art. 339 en het tweede lid van art. 360 opgelegde geheimhouding schendt, wordt gestraft overeenkomstig art. 296 van het Wetboek van strafrecht voor europeanen.

ART. 603 enz.

No. 111. Werving van inlanders op Java en Madoera voor de buitenbezittingen.

A. WERVINGSORDONNANTIE.

Staatsblad 1909 No. 123. 1)

Dat Hij (Gouverneur-Generaal) willende regelen de werving van inlanders op Java en Madoera tot het verrichten van arbeid, ten behoeve van ondernemingen van handel, landbouw of nijverheid en openbare werken in de Buitenbezittingen, voor zoover die werving niet door tusschenkomst van het Openbaar Gezag in het belang van den Lande geschiedt ;

Lettende, enz.

Heeft goedgevonden en verstaan:

ART. 1. (1) Het werven van inlanders op Java en Madoera tot het verrichten van arbeid, ten behoeve van ondernemingen van handel, landbouw of nijverheid en openbare werken in de Buitenbezittingen, zonder vergunning van de Overheid, is verboden.

(2) Die vergunning wordt vereischt, zoowel voor den beheerder van het werfkantoor (werfagent), als voor de in zijnen dienst zijnde wervers en handlangers, die zich plaatselijk met de werving belasten.

(3) Zij wordt schriftelijk en tot wederopzegging verleend :

aan den werfagent en diens wervers, door het Hoofd van

1) De uitvoeringsvoorschriften zijn hier achter opgenomen onder sub B. Zie over werving voor buiten Ned.-lndië No. 76 en 77 hier voren.

Sluiten