is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijde wordt Negombo geëischt, ]) van de andere de loslating van de gevangenen en het ontruimen van de landen om Negombo door 's konings benden.

Maetsuycker werd het eerst toeschietelijk. *) Nadat hij negen maanden op antwoord had moeten wachten kreeg hij bericht, 8) dat de koning wel genegen was een gezant te Kandi te ontvangen. 23 Aug. 1647 vertrok daarop Laurens Maerschalck naar 's konings hof.

Lang bleven de onderhandelingen slepen. Wel werd in October 1648 terugzending van de gevangenen beloofd, *) maar in Maart van 't volgend jaar waren zij nog te Kandi. Toen beproefde Maetsuycker het met geschenken, den vorst er echter tevens aan herinnerend, dat bij een hernieuwden krijg met de Portugeezen, de Hollanders eventueele veroveringen, b.v. Colombo, zelf zouden houden, indien zij dan nog met den koning in vijandschap waren. 6)

Was het dat reeds vroeger ') gebruikte dreigement of de invloed der geschenken, die Raja Singha tot toenadering brachten? Hoe het zij, Maerschalck kwam 15 Juli terug met een brief 7) van den koning begeleid door twee van 's vorsten aanzienlijke dienaren, die een ontwerp-verdrag meebrachten. Ofschoon Maetsuycker met één artikel, waardoor het monopolie van de kaneel der Compagnie zou ontgaan, zoodra Raja Singha zijn schuld zou hebben betaald, niet kon meegaan, teekende bij toch in de hoop, dat dit later nog wel te verhelpen zou zijn.8) Burchard Cocx bracht het verdrag naar Kandi en keerde, na het bezworen te hebben, met eenige der gevangenen terug. De overigen zouden per schip van Batticalao gehaald worden. Op het eind van December 1649 vertrok Pieter Kieft naar Kandi om er als gezant te blijven.9)

*) In zijn brief van 16 Febr. 1645 had de koning evenwel uitdrukkelijk te kennen gegeven dat de Hollanders Negombo bezet mochten houden, zoolang Colombo nog niet gevallen was.

*) Brief van 11 Sept 1646. (Valentijn, Oud en Nieuw Oost-Indiën, DordrechtAmsterdam 1726, V, Bijzondere Zaaken van Ceylon, p. 124.)

*) Brief van R. S, 11 Juni 1647; (Ferguson Correspondence, p. 195.) *) Brief van Maetsuycker, 27 Oct 1648; (Valentijn, t a. p., p. 125.) *) Brief van Maetsuycker, 30 Maart 1649, (Valentijn, t. a. p., p. 125.) e) Brief v. 10 Sept. 1647. (Valentijn, t a. p., p. 125.)

7) Brief van 27 Juli 1649. (Ferguson, Correspondence, p. 200—202.)

8) Valentijn, t a. p., p. 127.

Raja Singha beschouwde dit nieuwe verdrag als een bezwering „de novo" van het verdrag van 1638. Brief van 3 Mei 1650. (Ferguson, Correspondence, p. 204—206.)

•) Brief van Maetsuyker, 5 Febr. 1650. (Valentijn, t a. p., p. 127.) Cocx was vertrokken 8 Aug. en keerde 5 Dec. terug.