is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den haak. Want de Compagnie leverde al jaren achtereen verschillende goederen vrij wat beneden de waarde, en zoo had het er veel van, of de Compagnie „haer soo veel quyt schold ofte schonck" als zij jaarlijks moesten aflossen, n.1. het verschil tusschen hetgeen de goederen moesten opbrengen en hetgeen er voor werd betaald. Daarom werd dan ook in 1657 geen cargasoen gezonden. Uit de schepen, bestemd voor Suratte en Perzië, kon dan zooveel gelicht worden voor Wingurla, als daar tegen Suratsche en Perzische prijzen kon worden geleverd,l) onverminderd de verplichting tot afbetaling. Daarmede konden dan de kosten van het kantoor worden goedgemaakt; meer was niet noodig, want de handel was maar bijzaak. Daarom ook waren er op dat kantoor zelfs geen zeventien dienaren noodig. Dat getal kon teruggebracht worden op vijf; een onderkoopman, twee assistenten, een chirurgijn en één matroos.*)

Leendert Jansz, die zich in 1655 opnieuw op een salaris van ƒ60 per maand voor vijf jaar aan de Compagnie verbonden had,s) zond geregeld zijn berichten naar Batavia over de uit Portugal aankomende schepen en troepen binnen Goa, ook wel over 't geen hij gewaar kon worden over den handel der „Engelsche vrunden" in de buurt, over de beroeringen, die in het land van Visiapour te wachten waren na 't sterven van den koning Mohamet Adelsia in October 1656 en over de vriendschapsbetuigingen, den nieuwen vorst door den portugeeschen onderkoning bewezen.*)

Dat was zoo 't gewone werk, waarvoor het opperhoofd van de logie te Wingurla, naast den handel, had te zorgen.

Maar Leendert Jansz deed meer. Hij ging, zij 't minder brutaal dan Bacherach, zijn boekje te buiten bij het bouwen van een nieuwe logie. In Maart 1655 waren er door de bouwvalligheid van het oude gebouw ongelukken gebeurd. De resident had daarop naar Batavia geschreven, dat het hoogst noodzakelijk was het geheele huis behalve de „muragie, die sich uytterlyck seer sterck betoonde", te repareeren. De Heeren hadden hem in Augustus teruggeschreven, dat het gebouw „soo oncostelyck mogelyck" moest worden „ver-

') Uit de schepen werden gelicht 249 kisten japansch koper, die ook voor den gezetten prijs geleverd werden. (Gen. Miss. 14 Dec. 1658.,

2) Het bovenstaande naar Gen. Miss. 17 Dec. 1657 en Instructie voor Van Goens 5 Sept 1657.

3) Gen. Miss. 24 Dec. 1655, 1 Febr.. 18 Juli). 17 Dec. 1656.