is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vermelde voorvallen zijn slechts enkele droppels, die uit het gesloten vat van „particulariteijten" en „vuijlicheden" naar buiten zijn gelekt. Zij zijn slechts „staeltjens uyt dewelcke men lichtelyck soude connen afmeten, hoe sommige in die quartieren soo haest rijck geworden sijn." *)

Gewone eerlijkheid schenen de Heeren trouwens van de dienaren niet te verwachten. Als zij schrijven over de verovering van vier engelsche schepen in de Golf van Perzië, *) waarbij de Compagnie f 425,000 geprofiteerd had, dan voegen zij aan dat bericht als een van zelf sprekende zaak toe: „hoewel sij [de Engelschen] vrij meerder daarbij comen te verhezen, connende (soo het schijnt) soo nauwen toezicht in diergelijcken occasie niet genomen werden, of weten haer de particuliere ministers daerbij te verrijcken, voornamentlijck bij de veroveringhe van comptanten ende andere clenicheden, die hebt te verduijsteren zijn, gelyck deselve schepen veel in gehad hebben." *)

Of de Hooge Regeering, niettegenstaande haar geschetter tegen den particulieren handel in stukken, die onder de oogen van de Heeren Zeventien kwamen, overtreding van het handelsverbod wel zoo ernstig opnamen, mag betwijfeld worden.

Pieter van Moerbeeck, wiens particuliere tin voor Colombo was aangehouden, werd toch aangesteld tot opperhoofd over het retourschip de Hektor, met herstel van zijn gage (ƒ65 per maand), omdat er, zoo werd tot verontschuldiging gezegd, buiten den schipper weinig bekwame personen bij de retourschepen waren en hij altijd voor een bekwaam en eerlievend persoon was aangezien. *) Toen Directeur en Raad van Suratte denzelfden Moerbeeck van particulariteit beschuldigd aan 't hoofd van een vloot naar Batavia zonden, heette een dergelijke handelwijze, zooals wij zagen, te „smaken" naar „oppositie." Smaakte nu de aanstelling van Moerbeeck als hoofd van een schip naar patria naar „obediëntie" tegenover de Heeren Majores?

Trouwens de Raad te Suratte ging verder dan dergelijke kleine bewijzen van ongehoorzaamheid. Pieter de Bie, die zoo droevige

i) Gen. Miss. 17 Dec. 1657.

*) Daghregister Batavia 1653, p. 117, 150, 155, 165. *) Gen. Miss. 19 Jan. 1654.

4) Gen. Miss. 17 Dec. 1657. De Hektor ging in gezelschap van 5 andere schepen onder bevel van den Raad van Indie Joan Cunaeus 18 Dec. 1657. (Gen. Miss. 16 Jan. 1658.)