is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daaruit werd afgeleid, dat de Portugeezen van plan waren hun positie in Indië met alle kracht te handhaven nu „sy ook Brasil in devotie" hadden. In dat jaar echter was ook de Compagnie op krachten gekomen, en nadat in Mei 1656 Colombo gevallen was, kreeg de commandeur van de vloot aldaar, Adriaan Roothaas, bevel 21 November naar Goa te zeilen om de stad van de zeezijde af te sluiten. Hij vond er de reeds vroeger vertrokken vice-commandeur Pieter de Bitter. Met vijf grootere jachten op anderhalf kanonschot afstand van de kust en één schot van elkaar verwijderd, werd de ingang der rivier van Goa afgesloten. Kleinere vaartuigen en scheepsbooten moesten meer noord- en zuidwaarts dichter bij de kust oppassen dat geen „cafflla's" van fregatten of andere kleine vaartuigen de blokkade verbraken. Buiten de bezetting, meer zeewaarts in, hield een der groote schepen, iedere week door een ander vervangen, de wacht.

Zoo werd Goa geblokkeerd; uitgaande neutrale schepen werden gevisiteerd, aankomende schepen het binnengaan verhinderd — en verder viel er niets bijzonders voor. De aanzienlijke scheepsmacht *) binnen Goa deed geen poging om door te breken. Een uit het zuiden komende „cafflla" van 15 fregatten werd in de rivier van Myrsa gedreven. Vijf werden veroverd en twee vernield, maar de overigen sloegen een aanval af. Dat was het eenige belangrijke voorval in den langen duur der blokkade. Toen in 't voorjaar van 1657 de vijand de galjoenen onttakelde, kon de blokkade verminderd worden. Eenige schepen gingen rijst laden te Barcelor. andere voeren onder De Bitter over Ceylon naar Batavia terug en ten slotte zeilde ook Roothaas zelf in den nacht van 17 op 18 Mei 1657 weg, toen het wegens de hevige westenwinden voor Goa niet meer te harden was. Over Gale kwam de commandeur 13 Juli op de reede te Batavia aan. s)

Reeds drie dagen later werd hem weer het commando toevertrouwd over de negen schepen, die in 1657/58 de bhare van Goa zouden afsluiten, onder 't oppergezag van den admiraal Van Goens.

*) 't Voorgaande naar berichten in de Gen. Miss. van 24 Dec. 1652, 19 Tan. en 17 Dec 1654 ; 24 Dec. 1655; 18 Jan. 1656.

*) Naar gerucht werd: 3 galjoenen, 2 kraken, 5 patachen, 3 era vellen en 30 oorlogsfregatten.

3) Rapport aan den Ed. Hr. Johan Maetsuycker enz., bij den commandeur Adriaen Roothaes, 13 Juli 1657.