is toegevoegd aan je favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij met de gegeven adviezen in te stemmen. Zoo werd er mets tot eere en grootachtinge van den Nederlantsen naem ondernomen " Nadat besloten was de vloot voor Goa nog met een klein aantal kanonnen te versterken, en de raad de ligging der schepen vastgesteld en de order voor een eventueel gevecht met den vijand had uitgevaardigd.1) werd in de bevelvoering nog eenige verandering aangebracht. ,

Pieter de Bitter, die reeds vroeger op Ceylon gediend had en daardoor „experientie van landexploicten" had bekomen, werd overgeplaatst op den Salamander om mee te gaan naar Ceylon. In zijn plaats werd vice-commandeur de schipper Adriaan van Leenen. ) Tot schout-bij-nacht werd aangesteld de kapitein Rins Jansen, „een out trouw comp.' knecht." terwijl de schipper van de Salmander.

1 Hierover beneden Hoofdstuk VB. _ _ . . Sii

*) Adriaan van Leenen was vermoedelijk schipper op Ter poes. hij »s ten minste de vierde onderteekenaar van de vergadering van 21 Sept. 1657 (zie boven p. 127. noot 3). Rins lansen was kapitein op Vlielandt.

Roothaas maakte nog aan de vergadering bekend, dat aan ieder schipper u,t de op de bStgemaakte schepen gevangen „caffers" een „slaefken ofte ,ongen werd vereerd Alleen werden op beW van den admiraal daarvan uitgezonderd Pieter de Bitter de schipper van Weesp (Jacob Lippens) en die van de Avontsterre (niet met name genoemd) die geen goede zorg gedragen hadden voor de kostelnke veroverde goederen Zij moesten hun jongens bij de andere slaven op de Salamander voegen. 9 Van Goens bericht in zijn missive van 17 Maart 1658. dat De Bitter „u* het prysken van Mosambique" (vgl. p. 125) had doen lichten 3 swaere kisten, daervan in confesso is « d^ meTnTet min dan 200 on. amber de grijs, over de 2000 onsen muscus^ende 83 8 goudt is noch 't soeck. Dat hij muscus aen alle de schippers heeft omgedeel (hoewel yder maer 2 ballen) is oock notoir, maer t goudt wilder noch niet uyt, dat ck Tynent halve vreese noch op sijn Gap druypen ad." Die druiperi] .s zeker met erg geweest. In zijn missive van 6 juli 1658 naar Batavia getuigt Van Goens van hem als volgt: „Pieter de Bitter, waervan ick goede hulpe in t commanderen over de werckluyden. constapels, busschieters, 't maecken van batterijen, exp lo.cten te water Tegen den vijand etc. genooten hebbe. ende dewijl hij verclaert dat alle: t geene hem ovt uijt de Mosambiquese prijs te handen is gecomen, aan den commandeur Roothaes heeft overhandicht. soo hebbe alhier geen proces tegens hem connen in t werck stellen maer gaen hiernevens alle stucken die sijnent halven beleyt sijn, om door UEd ofte den Raet van Justitie op Batavia gedecideert te werden. De GouverneurGeneraal en Raden van Justitie hebben tegen hem zeker geen al te zware bewijzen van schuld gevonden, want 24 Dec 1664 gaat Pieter de Bitter naar t vaderland als commandeur van de retourvloot van 11 schepeji. Hij was de dappere verfed>ger van zijn schepen en de hollandsche vlag op de reede van Bergen 11 Aug. 1665, toen een overmachtige engelsche oorlogsvloot de ^^"^f^V^Trn«TXm 1740 Wouter Schouten, Reistochten naar en door Oost-Indie, 3<k druk, Amsterdam 174Ü. II. 203 vlgg. (vooral zijn mannelijke toespraak p. 211).