is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikt. Avondsterre en Botterblom verschenen eerst drie dagen later. Van Jan van der Laan met zijn Salamander en Naarden was niets vernomen. Daarom meende de admiraal eerst te moeten wachten op versterking, daar volgens zijn bekomen inlichtingen de garnizoenen op Ceylon te zwak waren om hem hulp te verleenen. Bij nader onderzoek viel dat nog al meeJ) en zoo ging hij met Van der Meijden en den raad overleggen, wat er gedaan moest worden.

In secrete vergadering werd 7 Januari te Colombo beraadslaagd. Er werd besloten de 450 man, die Van Goens met zijn drie schepen had meegebracht, te versterken tot 800 blanke koppen en 300 Singaleezen en later nog met zooveel krijgers als Ceylon missen kon. Desnoods zouden de buitenposten worden opgeheven en alleen de vier vestingen Mature, Gale, Colombo en Negombo bezet blijven. Over de vraag, waarheen de admiraal die verzamelde macht zou voeren, rezen „verscheyden debatten." *) De gouverneur Van der Meyden nl. was het met de anderen niet eens. Dezen wilden den aanval beginnen op Manaar en voortzetten tegen Jaffanapatnam. Van der Meyden daarentegen, op grond van inlichtingen uit Coromandel over de sterkte der Portugeezen op Manaar, naar men zeide wel 1000 man, meende dat daar een te krachtige tegenstand te verwachten was. Daarom moest volgens hem eerst, met of zonder toestemming van de regeerders van Madure, een „vastigheidje" worden „begrepen" ten noorden van het laaggelegen Tutucorijn. Daarna zou Van Goens over Coelan naar Coschin gaan, om te zien of daar eenig voordeel te behalen viel. Ging dat niet, dan zou de geheele vloot terugkeeren om in Maart of April Jaffanapatnam en Manaar aan te vallen. *) Dat was dus eigenlijk een terugkeer tot het eerste plan, dat bedoeld had de plaatsen op Ceylon te isoleeren en daarna te veroveren. Hiertegen adviseerden anderen, op Manaar beter bekend, den aanval te wagen om daarmede den weg binnendoor naar Coromandel te beveiligen, en onkosten en gebruik van schepen voor de Compagnie te sparen. Deze argumenten behaalden de overhand en zoo werd besloten de expeditie eerst naar Manaar en dan naar Jaffanapatnam te richten.

*) Missive van Van Goens naar Batavia, 17 Maart 1658.

2) Resolutiën van de secrete Vergadering van Maendagh 7«= January 1658. Aanwezig waren: Van Goens, Van der Meijden, de kapiteins Hendrick Gerritz en Johan Hartman; de schipper Cornelis Rob. Secretarissen: Cornelis Valckenburgh en Jacob van Rhee.

*) Missive van Adriaan v. d. Meijden aan Van Goens. Colombo 7 Jan. 1658.