is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ende de cleijne van andere, dié hem niet genoegh adsisteerden", de boot van 't jacht Naarden en 13 man verloren. *)

Krijgshst en onversaagdheid moesten den derden dag de beslissing brengen. Den avond van den tweeden dag zeilden de schepen van de kust weg, zeewaarts, alsof de Nederlanders van plan waren zich terug te trekken. De Portugeezen begonnen nu „grotelyckx 't hooft op te steecken" en kwamen ook verder uit den wal. Maar te middernacht keerde de vloot met een gunstigen wind terug en zette de schepen zoo ver mogelijk op 't strand, zoodat van de schepen uit het strand met musketten te bestrijken was. Nu lagen de kleine jachten beneden, de vijandelijke fregatten boven den wind, zoodat zij, gekeerd door de verder in zee tusschen beide gelegen groote schepen het landen der soldaten uit de kleine jachten niet meer zouden kunnen verhinderen. De manoeuvre was gelukt, de vijandelijke scheepjes waren onschadelijk gemaakt. Zoo werd de morgen afgewacht. Maar toen bestond de vijand een niet verwachte „zeer desperaeten daet." De fregatten kwamen aanzeilen en poogden tusschen de schepen en het land door te schieten om aan de kleine jachten en de booten der groote schepen het landen van troepen te kunnen beletten. Het grof geschut van de groote schepen, het kleine van de jachten en de musketten van de soldaten deden hun voornemen mislukken. De meeste fregatten gingen verloren en de andere raakten beneden den wind. Van Goens gaf aan schipper Rob bevel met de kleine jachten de overblijvende aan te tasten. Hij had niets anders te doen, dan de reeds verlaten vaartuigen te verbranden.

Intusschen werden met 30 „thonys" de soldaten aan land gebracht. Berst bereikte de voorhoede onder Jan van der Laan en Hartman den oever. Toen Van Goens met den middentocht hem te hulp was gekomen vluchtte de vijand, nog voor de achterhoede aan land was geklommen. De Portugeezen schenen na 't verhes der fregatten de zaak als verloren te beschouwen, want volgens Van Goens kwamen de vaartuigjes van voorhoede en middentocht bijna te gelijk aan land. Van der Laan zette dadelijk den vijand, die in de bosschen gevlucht was, na, maar van de vervolging kwam niet veel terecht.

*) Baldaeus, Ceylon, p. 148: „Wij verloren een Vaandrager en voor het Landen (wanneer de boot van 't Jacht Naerden door de Portugeezen genomen wierdt) den wackeren Luytenant Blok." Hief' zou uit kunnen worden afgeleid dat de 13 man gevangen werden. Van Goens meldt niets van het verlies van de boot.