is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wingurla afgezette resident Leendert Jansz J) met de Goutsbloem op weg naar Batavia ten zuiden van Gale geland, had persoonlijk aan Eduard Hauw te Gale gerapporteerd, dat er binnen Goa eenige fregatten werden klaargemaakt en met wel 1000 Portugeezen en gewapende toepassen werden bemand om Jaffanapatnam te ontzetten. In „bekommerlyke letteren" had Eduard Hauw geschreven naar Van der Meyden, en deze had dadelijk een visschersthony afgezonden om Van Goens met het bericht in kennis te stellen. ')

„Om onder d'onse geen flauwe herten en de vyant door het aanbrengen van eenige spien geen meerder moet op haer secours te veroorsaecken", gaf Van Goens eerst alleen aan Van der Laan kennis van het bericht. Met hem overlegde hij, onmiddellijk naar Kays, Manaar en de voor Negapatnam en Tutucorijn kruisende jachten bericht te zenden en Van der Dussen af te vaardigen naar Punte Pedras om daar met Cornelis Rob de wacht te houden, de beste landingsplaats nabij Cotjar „af te speculeeren" en er de prinsenvlag te hijschen. Daar zou het uit Gale verwachte schip Worcum 3) postvatten om op 't aankomen van den vijand te letten. 4)

*) Zie beneden Hoofdst. VID.

2) Missive uit Gale naar Batavia, 20 Juni 1658 en uit Colombo 15 Juni 1658.

s) Worcum was 15 Mei van Goa's bhare te Gale gearriveerd (Missive van Colombo 15 Juni 1658) en 31 Mei met 200 soldaten naar Jaffanapatnam vertrokken.

*) Resolutiën van Saterdag 25 Mey a° 1658. Secrete Vergaderingh. Aanwezig: Van Goens, Van der Laan, Van der Dussen (vóór 25 April teruggekeerd uit Suratte) seer. Valckenburgh.

Van Goens schreef 6 Juli over deze zaak naar Batavia.... „de mare van eenich

notabel aencomend secours van Goa tot ontset van Jaffanapatnam afgesonden

Dit gerucht was verbreyt door den coopman Leendert Jansz, dato 3 Meij van Wingurla ende Goa's bhare gescheyden ende op Gale aen den coopman Hauw gerapporteert, die sulcx met becommerlycke letteren den gouverneur Van den Meijden heeft aangeschreven ende denselven aen my met een visscherstony over Manaer, om wel op hoede te wezen. Maer docht ons alhier, dat onse scheepen den 3den Mey van Goa gescheiden zijnde ende wij versekert waren, dat geen galjoens door haer nederlage ende quaet genoten tractement (zie beneden Hoofdstuk VII) van d' overige ons conden bijcomen, dat de vreese voor fregatten bespottelyck was. Niettemin is dese vreese oorsaeck, dat de scheepen Goutsbloem ende Vlieland' (tegens mijn ordre wegens 't emplooy der schepen) op Ceylon nog wat opgehouden sijn". Ook de Vogelensangh en de Saphier voor Coromandel bestemd, werden tot 6 Juni vastgehouden en eenig volk van de buitenwachten naar binnengetrokken (Missive van Colombo 25 Juni 1658):.... Middelerwijl is van al dit gerucht maer verstaen, datter 40 fregatten op Coutchin waren verschenen en is de rest in roock verdwenen." Uit deze laatste zinsnede zou men kunnen afleiden, dat de Portugeezen toch wel aan een secours gewerkt hebben, maar te laat