is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook binnen de vesting scheen men bericht te hebben ontvangen van aanstaande hulp. Door den bevelhebber van het kasteel, Joan de Mello, was 12 Mei een boodschapper met een brief afgezonden naar den „cap.n generael van navale macht, die dese plaatse comt secoureeren." :) De benauwdheid en het gebrek, waarin de bevelhebber zich bevond was, volgens dat schrijven, niet om uit te spreken. Volk had hij genoeg. Als hem maar bericht werd, waar de ontzettingstroepen zouden landen, zou hij eenige van zijn soldaten uitzenden om de hulpbenden te begeleiden. Liefst zou hij een landing zien, zoo dicht mogelijk bij de vesting. De Portugeezen zouden dan de Hollanders „in 't midden gecregen hebbende door Godes hulpe tot een geheele ruyne brengen .... tot Godes glorie, eere des Conincx en der Portugeze natie."

Van ontzet werd nooit vernomen maar van overloopers wel, dat er binnen het kasteel een „pestilentiale siecte begon te raseren en veel menschen wechnam." Maar de vijand bleef hopen op verlossing en zelfs op wraak. Uit een onderschepten brief bleek, dat de Portugeezen aan de winnende hand komende voornemens waren alle Nederlanders over de kling te jagen. *) Daarom besloot Van Goens bij de aanstaande bestorming „alles wat van 't spex geslacht wapenen droech" te vernielen. Zoover is het niet gekomen, 's Avonds, 21 Juni, ontving Van Goens een brief uit het kasteel met verzoek voor dien nacht een wapenstilstand te sluiten en den volgenden dag afgevaardigden te ontvangen om te zien tot een verdrag te komen. Dit werd in zooverre toegestaan, dat het kanon zou rusten tot 's morgens negen uur, maar dat men aan de werken zou blijven arbeiden.

Den volgenden morgen verschenen drie aanzienlijke Portugeezen. Zij vroegen vrijen uittocht met al hun goederen, slaven en twee stukken geschut, 't recht van verkoop hunner vaste goederen en meer „ongehoorde dingen." Van Goens liet hun door gecommitteerden weten, dat daarvan geen sprake kon zijn. Zij konden als soldaten uittrekken, de officieren en gehuwden tot bevelvoerende kapiteins

En is misschien het „bespottelyck vinden" van Van Goens niet een opmerking gegrond op latere feiten? De resolutiën van 25 Mei toonen een bezorgdheid gelijk aan die van Hauw en van Van der Meijden.

') Copie van den origineelen brief en het translaat op het Algemeen Rijksarchief.

*) Misschien is hiermede bovenbedoelde brief en de daaruit aangehaalde zin bedoeld.