is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld. Wel kwam de portugeesche macht weer met zonsopgang naar buiten, opzeilend tot benoorden de Aguade; maar weer werd het stil en de vijanden konden niet bij elkaar komen.

Eerst tegen den avond kwam er een „cleijn luchien uijtter zee", zoo „slouw" echter, dat de vijand bij daglicht niet meer te bereiken was. En van nachtelijke gevechten had Roothaas vooreerst genoeg. Hij besloot daarom 's nachts in 'svijands nabijheid te blijven om hem den volgenden dag met alle kracht aan te tasten. Toen de vijand dus met een n.n.w. wind zuidwaarts wendde, begeleidden hem op twee kanonschoten afstand de nederlandsche schepen tot de duisternis was gevallen. Want toen verloren zij hem uit het oog, omdat hij zijn vuren doofde. Eerst na middernacht werden weer vuren gezien. Eén er van was grooter dan de andere. Dat moest natuurlijk van het admiraalschip zijn. Daar spoedig de maan moest opkomen en de zee met haar schijnsel zou verlichten, gaf Roothaas bevel op de lichten aan te houden. Hij zelf ging op het groote licht af. Nadat de vloot een half uur gezeild had, kwam de maan op en.... de vuren bleken op het land te staan. Naief merkt de commandeur in zijn rapport aangaande die vuren op: „die dencke daer geset waeren om ons te diverteer en." Zouden zij er ook niet gezet kunnen zijn om hem op het strand te laten loopen? De maan was hier reddend op tijd verschenen.

De vijandelijke schepen waren bij het klare maanlicht nergens te ontdekken. Toen de dag aanbrak, vertoonden zij zich bij de Aguade en Roothaas zag toen ook, dat hij zelf door de vuren, de stroom en de z.w. wind „vrij wat om de noort was gediverteert." Weer bleef het dien dag stil tot na den middag, toen er eindelijk een zuchtje kwam uit het n.w., te zwak om den vijand nog bij dag te bezeilen. Maar den 29steo zouden de Nederlanders hun hart kunnen ophalen.

's Morgens met den dageraad bemerkte Roothaas den portugeeschen admiraal Va mijl van zich af, koersende naar den wal. Vermoedelijk wilde hij eerst zijn in den nacht verspreide schepen verzamelen. Maar Roothaas wilde hem daartoe den tijd niet gunnen en zeilde met zijn schepen dadelijk op hem af. De vijand, dat ziende, wendde om het aangeboden gevecht aan te nemen. Tegen twee uur in den middag waren de vloten bij elkaar. De verzameling van de portugeesche vloot had de commandeur dus niet verhinderd.