is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omtrent 100 versche schoten. Dat de andere schepen zich ook niet onbetuigd gelaten hadden, blijkt uit de geringe hoeveelheid kruit, die den volgenden dag nog op de vloot bevonden werd: 4000 S. *) in sommige schepen maar 6 schoten voor ieder stuk. Daarmede hadden de Portugeezen het doel bereikt, dat Roothaas hun toeschrijft. De commandeur merkt n.1. in zijn verslag op, dat de vijand in 't begin heel heftig schoot, maar „daerna quam het schut seer langsaem te boort en bleven de poorten veel toe." En later zegt hij, dat de vijand niets anders in 't zin had „als ons met schermutsels van ammonitie t* ontblooten." Als dat werkelijk zijn doel geweest is, mag het bevreemden, dat de Portugees niet nog een poging gewaagd heeft om met zijn geheele vloot of de minst gehavende schepen een uitval te doen, en te trachten de Bon Jezus te doen ontsnappen. Want om dat schip uit de bhare naar Mozambique door te krijgen, was de uitval gedeeltelijk begonnen. Toen de vijandelijke vloten elkander naderden, had het galjoen zijn stengen opgezet. De gevangenen gaven ook te kennen, dat het 't plan was geweest het geladen schip, zoodra de vechtende vloten een eind in zee zouden zijn bij donkeren nacht aan de blokkade te doen ontsnappen. Door de windstilte hadden de vechtenden zich niet zoo ver van de kust kunnen verwijderen, dat de Bon Jezus met kans op succes de bhare kon verlaten, en daarna maakte de zeewind de vlucht geheel onmogelijk. Daarom hadden de Portugeezen ook gelijk bij 't opsteken van den zeewind naar de kasteelen terug te keeren. Het doel van den uitval was toch niet meer te bereiken. Roothaas weet het mislukken van hun plan aan zijn snel optreden alleen. Of hij gelijk had?

Nog gingen er in de volgende dagen geruchten, dat de vijand weer een poging tot breking der blokkade zou wagen, maar tevens werd vernomen, dat het geladen schip zijn stengen weer af nam, en zelfs weer gelost werd. Den 14" April werden vier van de grootste schepen des vijands binnen de bank van Mormogan gehaald en een ander de rivier opgebracht tot voor de stad. De overige drie, die onder bescherming van de Aguade lagen, werden onttakeld. De Portugeezen gaven de pogingen tot doorbraak voor dit seizoen op; de taak van Roothaas was afgeloopen.

Op verzoek van Van der Meyden had hij reeds den 9den April de

') Gen. Miss. 14 Dec. 1658 spreekt van „14000 & en naar advenant scherp."