is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan een inspectie onderworpen. Hieruit bleek, dat het beheer der gelden van het kantoor, die na den verkoop der specerijen een hooge som beliepen, was opgedragen aan den opperkoopman Dirk van Adrichem. Deze het het geheel over aan den wisselaar Mondas Naan, die voor kassier fungeerde en die voor zoo'n groote administratie nooit eenige borgstelling had gestort (nooit heeft „gecaveerd"). Van de ontvangen gelden kwam nooit een penning in de logie. Slechts vond de fiscaal quitanties voor kleine dagelijksche uitgaven („dagelycxe kleyne guastos"), die de wisselaar aan de logie had uitbetaald.

En met deze gelden uit de kas der Compagnie was het ook niet zuiver. Zij waren gebruikt „soo men voorgeeft" tot betaling van hetgeen de tafel maandelijks meer kostte dan het kostgeld bedroeg. Aan dien wantoestand werd op bevel van Van Goens een eind gemaakt. Koopman Joost Clant, die daarvoor uit Brootsja ontboden was en iederen dag kon arriveeren, was aangewezen om in 't vervolg de „tresorie der penningen" te beheeren, waarvoor in de logie een vertrek werd ingeruimd.

Naast deze groote onregelmatigheid vond Van der Dussen kleine knoeierijen in de op 31 Mei 1657 gesloten boeken van het kantoor. Zoo waren de honoraria (ƒ2340 : 18.) aan een moorschen en hollandschen dokter, die den gestorven directeur Van Gendt hadden behandeld, op rekening van de Compagnie gesteld. l) Evenzoo was geschied met de salarissen door juffrouw Van Gendt bij haar vertrek betaald aan moorsche makelaars en huisdienaren. Voor dezelfde juffrouw, geboren Elisabeth Calandrijn, was op de onkostenrekening van het jacht Naarden, dat baar naar Batavia voerde, een som gebracht van ƒ493, „bij haer over diverse ververschingen gegasteert."

Het logie-gebouw van de Compagnie had behoord aan zekeren Palloan Sopheet, die gestorven was. Aan de erfgenamen van genoemden heer was in Mei 1657 boven de huur een som geleend van ƒ 7491 : 16., waarvoor nog nooit eenige rente was betaald. De Compagnie moest intusschen het geld tegen hooge interest „negotieeren."

Van den vroeger reeds genoemden Pieter de Bie s) met zijn

*) Het graf en de begrafenis van Van Gendt was ook al op rekening v. d. Comp. gesteld voor ƒ4376. De Heeren in Batavia zullen het echter zijn weduwe laten restitueeren. (Missive v. G.-G. en R. aan Isacq Coedijck 5 Sept. 1657).

2) Zie boven p. 109.