is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„schraepachtigen aert". die. eerste opperhoofd op het nieuwe kantoor te Sindi. dadelijk aan den particulieren handel was gegaan, vond Van der Dussen in het resolutieboek van den raad. weer nieuwe ..vuijlicheden." Hij had n.1. de in Sindi gekochte goederen voor 88877* realen meer ingeschreven, dan er voor betaald waren. Ziin .gedoente" was door een commissaris en diens adjunct ) geinspecteerd. met het gevolg, dat hij naar Suratte was opgezonden. Hii moet echter een beschermeling, misschien handlanger, van Van Gendt geweest zijn. Want, ofschoon die directeur zijn handelingen ten zeerste strafbaar noemde, was de ontrouwe dienaar niet voor den raad gedaagd, waren de commissaris en zijn adjunct niet gehoord, noch was een rapport van hen verlangd. Bij eenvoudige resolutie, zonder procedure, waren de handelingen van De Bie gelaakt. En hij zelf was. zooals wij reeds zagen. *) benoemd tot opperhoofd van het gewichtige kantoor te Agra. Om voor hem plaats te maken, was de koopman Jan Tack teruggeroepen onder voorwendsel van „neglegentie." Na den dood van Van Gendt was bij Tacks verantwoording gebleken, dat van die beschuldiging niets waar was. en hij werd dan ook naar zijn vorige standplaats teruggezonden. Aan de Compagnie had deze wisseling van opperhoofd intusschen 4000 realen gekost!

En De Bie te Agra? Die had weer dadelijk van de gelegenheid geprofiteerd. Met een partij tin en 11 a 12 sokkels») foelie was hij vertrokken. Op naam van de Compagnie had hij die goederen door den tol gesmokkeld, en ze daarna tegen hoogen prijs verkocht.

De fiscaal klaagde hem aan bij den raad en eischte. dat de geslepen, ontrouwe dienstknecht „gesuspenseert van qualiteijt en gages naar Batavia werd gezonden. Het laatste konden de confraters niet tegenhouden; maar zijn quahteit en gage ontnamen zij hem niet. Ten minste zoo lang zij konden. Hij ging over Ceylon en daar zou Van Goens verder over die zaak beslissen.

Aan de dienaren der Compagnie werd in Indië het salaris maar voor een deel uitbetaald, de rest bleef onder beheer van de Compagnie en werd bij terugkeer in patria met rente uitbetaald. ) Dat

') Zie boven p. 111.

*) Zie boven p. 113 vlg.

*) Een sokkel — 154 pond.

*) Zie boven p. 18.