is toegevoegd aan uw favorieten.

Reisbrieven uit Afrika en Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoten wij van de heete koffie, lekkere koek en brood. En toen wij het goede mensch betalen wilden, vroeg zij van ieder vijf-en-twintig öre, zoowat 17Y2 cent. Wat zou een bakkersvrouw in ons land van zoovele vreemdelingen, die haar onverwachts in haar werk kwamen overvallen, en die zij wel nooit zal wederzien, in zoo'n geval gevraagd hebben?

De stationschef wilde ons ook van dienst zijn. De trein van Kiruna naar Narvik is eigenlijk aangelegd om de ijzererts uit Kiruna naar Narvik te voeren, waar het verscheept en dan door de geheele wereld gevoerd wordt. Elk uur passeert er zulk een ijzererts-trein. Hij zou den eerstvolgenden trein doen stilhouden, een derde klasse wagon aanhaken en ons in Abisko Laten uitstappen. Het kleine wachtkamertje kon ons niet allen bevatten, maar vriendelijk liet hij ons dan maar van zijn bureau gebruik maken. In Abisko teruggekomen, konden wij bij een vroolijk knappend houtvuur onze natte kleederen drogen. Het regende nog steeds, een mooien zonsondergang of opgang was dus niet te verwachten. Wij amuseerden ons met naar de vele rendieren te kijken, die tegen den avond naar beneden komen en in groote troepen bijeenblijven. Beproefde men ze te naderen, dan verdwenen zij snel tusschen de heesters.

Den geheelen dag hadden een viertal Laplanders om het hotel gedwaald, om hun rendierenhuiden, tabakstasschen, lepels, vouwbeenen en nog allerlei andere zaken die zij uit deelen van rendierenlichamen kunnen maken, aan den man te brengen. Het waren de eerste werkelijke Lappen, die ik zag. Zij leken in hun bonte, blauw met rood afgezette, ruime jakken, die om het middel met een breede lederen riem waren (Vastgebonden en met hunne blauwe mutsen, net Fransche soldatenmutsen, met een dikken rooden pompoen op den top, op groote apen. Er waren twee oude en twee jonge Lappen bij.

's Avonds werd het plan gevormd, om den volgenden dag gezamenlijk naar een Lappenkamp te gaan. Deze menschen kampeeren ver van de bewoonde wereld, hoog in de bergen, waar het koud genoeg is voor hunne rendieren en waar deze beesten het mos kunnen vinden waarmee zij zich voeden. De Lappen leven geheel van hunne rendieren en volgen hunne kudde, waarheen die trekt. Niet zij zoeken den weg waar zij zich nederzetten willen, de rendieren geven den weg aan.

Om naar het dichtstbijzijnd Lappenkamp te komen, moesten