is toegevoegd aan uw favorieten.

Reisbrieven uit Afrika en Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij het electrisch motorbootje afhuren, dat ons van de eene zijde van het Tornemeer naar de andere, naar Pölnoviken, brengt. Meer dan veertig touristen, in het hotel aanwezig, wilden dien toer mede maken. Gelukkig was het weer opgehelderd en met een heerlijken zonneschijn staken wij 's morgens om half elf van wal. Het was de eerste toer die dezen zomer met het motorbootje gemaakt werd, daardoor verkeerde de kapitein omtrent de landing nog in het onzekere. Na anderhalf uur van deze boottocht genoten te hebben, kwamen wij in de nabijheid van Pönoviken, waar echter het water nog zoo vol ijsscholien lag, dat van landing daar ter plaatse geen sprake kon zijn. Nadat wij een oogenblik in het onzeker^ verkeerden, wat nu gedaan kon worden, zagen wij een Lap met zijn kanoe naar ons toeroeien. Hij zou ons bij gedeelten aan wal brengen. Met zijn smalle boot kon hij gemakkelijk tusschen de schollen doorscharrelen. De moedigsten stapten het eerst in en weldra had hij ons allen gehaald. Het aan wal stappen' ging weder niet zoo eenvoudig omdat wij tot aan de (knieën in de losse natte sneeuw wegzonken, maar allen hadden dit koude voetbad er wel voor over. Wij waren nu in het Lappenkamp en zagen vele mannen, vrouwen en kinderen van dit volkje bijeen. Zij waren allen in dierenhuiden gekleed, alleen het mutsje op hun hoofd was van een soort blauwe stof met rood afgezet gemaakt. Het lange blauwe buis wat zij dragen als zij in Abisco komen of naar de markt in de steden gaan, schijnt hun Zondagsch kleed te zijn.

Hoewel het nog een echt nomadenvolk is, en zij nog veel oorspronkelijks vertoonen, heeft toch de beschavende invloed van een spoorweg in de nabijheid, waardoor zij zelf naar (de marktplaatsen kunnen gaan om daar hunne meer origineele dan mooie handelsproducten te verkoopen, in plaats van af te wachten dat ondernemende kooplieden bij hen komen, of ook doordat zendelingen tot hen zijn gekomen om christenen van hen te maken, veel van hun oorspronkelijken aard weggenomen. Men ziet in hunne primitieve tenten tal van huishoudelijke artikelen, die zij in de steden moeten gekocht hebben voor het geld, dat zij voor hunne rendierproducten ontvingen. Ook kunnen vele der jongere Lappen nu zeer goed lezen en schrijven. Zij vallen namelijk ook onder de schoolplichtwet. De Zweedsche staat legt daardoor gedurende een groot deel