is toegevoegd aan uw favorieten.

Reisbrieven uit Afrika en Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de 17e eeuw, waarop de heldendaden van onze mannen in Afrika werden jafgebeeld; met den Tafelberg' en de hem nabijzijnde bergen, precies verkeerd geplaatst; daar zag ik de familieregisters van de vele eerste Europeesche bewoners van de Kaapkolonie, tot voor kort bijgehouden. Dat Afrika een vruchtbaar land is, laat geen twijfel, na de inzage van deze registers. Zoo hebben o.a. de drie gebroeders De Villiers, die hier ongeveer in 1670 uit Frankrijk landden, in die twee en een halve eeuw een familie van eenige duizenden nakomelingen. Zij zijn op dit oogenblik waarschijnlijk de talrijkste in Zuid-Afrika.

En wat ook in dat archief bewaard was, dat waren vele exemplaren van fraai gekleurde en goed geteekende nieuwjaarswenschen, door brave en gehoorzame jongelingen of jonge dochters aan hunne „Geagte Vader" of „Waarde Moeder" of „Lieve Grootouders" gestuurd, en waarvan de gedichten dikwijls duidelijk aangaven, dat zij van eigen maaksel waren. Zij brachten mij mijne kinderjaren te binnen, toen ook wij gewend waren zulke heilwenschen in gekleurde of gouden rand op nieuwjaarsdag onze ouders aan te bieden. De ons rondgeleidende heeren interesseerde het zeer, dat mijne landgenoote en ik hen op de hoogte konden brengen van veel, dat zij ons lieten zien, doch niet konden lezen of begrijpen.

Maar ook zag ik daar eenige exemplaren van oude Kaapstadsche couranten, uit het begin der 18e eeuw, waarin in goed, zuiver Hollandsch de berichten en mededeelingen gedrukt waren. Sommige van die bladen bevatten echter naast de Hollandsche ook Engelsche advertentiën. Opmerkelijk was het in een nummer van die courant eene wet te zien afgekondigd, waarbij verboden werd om slaven aan andere natiën te verkoopen en het zelfs tot plicht werd gesteld, om elk schip, dat de kust aandeed en slaven inhield, aan te houden, terwijl in datzelfde blad slaven te koop werd aangeboden en de slavenmarkt op zekeren datum geannonceerd.

Ook woonden wij in het hof van justitie een terechtstelling bij en hoorden later een van Kaapstad's knapste advocaten een pleidooi houden, om „wat krom is rech te praat".

Dat wij op deze wijze in de veertien dagen van ons verblijf in Kaapstad deze stad en hare instellingen en omgeving beter leerden kennen dan menig ander vreemdeling en zelfs beter