is toegevoegd aan uw favorieten.

Reisbrieven uit Afrika en Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kosmopolitisch is Kaapstad in hooge mate. Niet alleen treft men hier onder de witte menschen alle nationaliteiten aan, hoewel Britten en Nederlanders het grootst in aantal zijn, doch ook van de kleurlingen zijn hier alle nuances vertegenwoordigd. Het gele ras en de door herhaalde kruising reeds bijna niet meer zwarte man en vrouw, gaan hier door Kaapstad's straten naast zwarten en zwart-blauwen in alle verscheidenheid. De kleine, fijn gebouwde, 'aapgelijke Bosjesman en vrouw, de Hottentot, de Zulu, de Basuto, de Kaffer en alle andere kleurlingen, probeeren hier in kleeding en gebruiken de Europeër na te doen en zien er daardoor dikwijls allerbespottelijkst uit. Ook enkele mooie exemplaren van het onvervalschte ras ziet men soms in hun oorspronkelijke gedaante, en dikwijls sta ik in bewondering zoo'n sterk gebouwde Zulu-vrouw, met haar kind op haar rug en een zware vracht op haar .hoofd, gade te slaan. De meeste aantrekking oefenen evenwel de kleine, koolzwarte, schattige negerkindertjes uit. Ofschoon zij dikwijls te vuil zijn om aangeraakt te worden, kan ik ze toch nooit voorbijgaan, zonder ze even te liefkoozen, of een stukje bonbon te geven. Mrs. Catt heeft reeds den wensch geuit om op haar verjaardag van ons zoo'n klein nikkertje cadeau te krijgen, maar het mag dan niet grooter worden.

Heel mooi en schilderachtig zijn ook de Kaapsche Maleiers, vooral de vrouwen onder hen. Zoodra dezen in zekeren welstand leven, en zoo zijn er velen, dan gaan zij naar Mekka en eenmaal daar geweest zijnde, voelen zij zich ver boven haar andere rasgenooten verheven en toonen dat zichtbaar, door evenals de Turksche vrouwen, met bedekt gelaat langs 's Heeren wegen te loopen. Het geheele hoofd is dan met een gekleurden, meestal zijden, doek omgeven en laat alleen oogen en neus vrij. In hunne hel-kleurige japonnen, roze, blauw, groen of wit, door stijfgesteven rokken uitstaande alsof er wijde crinolines onder gedragen worden, met halssnoeren van soms okkernootgroote koralen, en met allerlei andere versierselen, zien zij er recht mooi uit. De oudere dames dragen graag zware zijden japonnen, ook van opvallende kleur. Ontmoet ik een troepje van deze vrouwen, dan maak ik gaarne een praatje en probeer |dan zooveel mogelijk „de taal" te spreken, maar zoodra zij merken, dat ik „de taal" niet meester ben en „hoog Hollandsch" spreek, zooals men hier ons gewoon

Reisbrieven. 7