is toegevoegd aan uw favorieten.

Reisbrieven uit Afrika en Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zagen waar zij voorgevallen zijn, maar dat wij door 't land van Juda en daarna door het land van Benjamin togen en nog zooveel meer, komt mij weinig belangrijk voor. De geheele afstand tusschen Jaffa en Jeruzalem, die ongeveer 54 mijlen bedraagt, is vol van deze merkwaardigheden.

Iemand, die Palestina bezoekt, moet van een goede dosis goed vertrouwen in de verhalen, die men hoort, voorzien zijn, wil men genieten van hetgeen men ziet en hoort. Wij hebben ons voorgenomen om aan de waarheid van geen enkel verhaal te twijfelen en voor vast aan te nemen, dat de ons aangewezen plaatsen en het feit, dat er zou zijn voorgevallen, onvoorwaardelijk de ware zijn. Onze dragoman is in groote bewondering voor ons kinderlijk vertrouwen en meent ons nu en dan eens te moeten waarschuwen, dat men omtrent deze of gene plaats of djit of dat feit niet de volle zekerheid heeft.

Om ongeveer half zes bereikten wij Jeruzalem, waar wij nu eens niet in een hotel onzen intrek gaan nemen, maar in de stichting van Mrs. Spafford, de Amerikaansch-Zweedsche kolonie, die in Selma Lagerlöf's boek „Jeruzalem", zoo phantastisch beschreven is. Ook dr. Abraham Kuyper schijnt, zooals ik juist hoor, over deze kolonie geschreven te hebben in zijn reisbeschrijving door dit land, maar ik heb dat boek niet gelezen. Eigenlijk is het station een weinig buiten de stad gelegen en moesten wij eerst het dal van Hinnom passeeren en dö hoogte van Zion bestijgen, alvorens wij de Jaffapoort bereikten, waarmede wij in Jeruzalem waren. De AmerikaanschZweedsche kolonie ligt even buiten de stad. Onze ontvangst was daar zeer hartelijk en weldra waren wij in onze gezellige en comfortable kamers geïnstalleerd, waar ik dezen brief nu zit te voleindigen. De afspraak met onzen dragoman is om morgenochtend zes uur af te reizen naar Jericho en de Doode Zee, vanwaar wij dan Donderdagavond hier in deze woning terugkeeren. Deze tocht gaat geheel per rijtuig en wij hebben nu nog prachtig weder, vandaar dat wij zoo'n haast maken. Men kan in Jeruzalem nooit lang achtereen zulk mooi, zonnig weder verwachten, meestal regent het hier in dezen tijd van het jaar.

Ik word nu verzocht beneden te komen om een concert bij te wonen, dat eenige kolonisten hier geven. Ik hoop over deze kolonie ook mijne indrukken te schrijven, die natuurlijk

Reisbrieven. 14