is toegevoegd aan uw favorieten.

Reisbrieven uit Afrika en Azië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slotte laten zij zich neerploffen in het water. Daarna 'gaan zij weder staan met de beide handen vol water en dit laten zij langzaam wegvloeien, zich wendende tot de zon, een offer van Ganges-water aan de zon, en daarbij prevelen zij een van de oudste gebeden in de wereld: „Laat ons ootmoedig neerknielen voor de glorie van het Heilige Leven-gevende Licht; moge het ook onzen geest verlichten". Dan gaan zij voort onder ^allerlei handengewring, onderdompeling en beenenbuiging hunne verdere gebeden te uiten. Als zij gereed zijn met baden wasschen zij hun doek, hun lendengordel en turban (zoo zij die dragen want vele pelgrims gaan blootshoofds), houden die dan uitgespreid in de hand tot zij door de zon gedroogd zijn, brengen dan met rood of geel of Wit een merkteeken op hun voorhoofd, en daarmede is hun morgendienst afgeloopen. Vrouwen en mannen baden naast en door elkaar, alleen voor de weduwen is een afzonderlijke plaats aangewezen.

Tusschen al deze zwemmende en badende menschen in zijn breede steenen trappen ingericht voor de lijkverbranding. Onophoudelijk worden ,de lijken, alleen in een doek gerold, door de lijkdragers — twee mannen — aangebracht. Zoodra het lijk aangekomen is, gaan een paar mannen, dikwijls familieleden, het hout in de nabijheid aankoopen en wordt dit opgestapeld, het lijk daarop gelegd en het vuur ontstoken. Is het lijk zoowat half verteerd, dan klooft het naaste mannelijke familielid met een bijl den schedel. Deze liefdedienst — want nu kan de geest gemakkelijker ontwijken en wordt niet door het vuur mede verteerd — wordt gewoonlijk door den zoon voor vader of moeder, door den vader voor zijne vrouw en kinderen verricht. Zijn er geen mannelijke familieleden, dan komen de vrouwen aan de beurt. De vrouwenlijken zijn in roode, de mannenlijken in witte doeken gehuld. Wij zagen in het oogenblik, dat onze boot voorbij roeide, drie lijken verbranden, en £en geheele rij lag te wachten tot hunne beurt was aangebroken. De asch van de lijken wordt in de Oanges geworpen, doch de armen, die niet veel hout kunnen betalen, zijn dikwijls slechts half verteerd. De dienstdoende mannen breken dan de halfverkoolde beenderen in stukken en gooien ook die in de rivier. Soms zelfs — "wij zagen het niet — worden heele stukken van een lijk onverteerd door den stroom meegevoerd.

Reisbrieven. 24