is toegevoegd aan uw favorieten.

De Minang Kabausche nagari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

êêUW fêö of meeiderê Ëindóe-Javaadsché Vórsten over Minatig Kabau heerschten.

Ia een der opstellen **) over dit land, die achte eenvolgens in het tijdschrift van het Bataviaasc Genootschap zullen verschijnen, heb ik de overtuigii geuit, dat de Jang Pitoean's van Minang Kabau w de nazaten zullen zijn geweest van de Hindo< Javaansche vorsten, en dat do luister van het geslacl langzamerhand was afgenomen.

Kjahi Katoemang-

goengan en Papatih

nan Sabatarg. Bij het volk is uit den grschiedkundig duistere

tijd van Hindoejche overheersching de herinnerio levend gebleven aan twee groote figuren: Kjal Katoemanggoengan en Papatih ***) (nan) Sabatang', al de wetgevers van het land.

De Jaatste zoude het zijn, die de groote adatbegit selen heeft vastgelegd, het matriarchaat, het soekot wezen, terwijl KatoemaDggoengan ia het bijzonde den godsdienst regelde.

Het spreekt wel vaDzelf, dat de Islambelijder ervoor gezorgd hebben, dat men over het algemeei denkt, dat de twee groote mannen Mohammedanei waren, doch tevens zegt de overlevering dat Papatih' moeder (algemeen zegt men dat de twee mannei dezelfde moeder doch een anderen vader haddec Indo Djati „heette".

Nu is volgers juist ontvangen mededeeling vai Dr. Krom „Indo Djati" het regelmatig equivalent vai het Sanskriet hindujati, dat „hindoegeslacht" betee kent, ****) zoodat de overlevering zeer juist verhaalt dat Papatih's moeder van het geslacht der Hindoe'! was.

Waren nu Papatih Sabatang en Kjahi Katoemang goengaD, die altijd in één adem genoemd worden beiden hoofdambtenaar van den hindoeschen vorst! —of was Papatih niemand anders dan de vorst zelf ei

*) Omtrent den koning Adityawarman, verheerlijkt in allerlei insrriptie's, bestaat absolute zekerheid.

"J „Koemanih, Soempoe Koedoeih en de radja nan tigosélo

*"] of' Parapatieh

* | Volgens Dr. Rinkes is Indra.jati een gewone maleisohe eigennaam; dairuit zon Indo d.iati ontslaan kunnen zijn op dezelfde wjjze als lndogiri en Indopoéro ui'Indragiri en Indrapoera; in elk geval w^jst denaam op de Hindoes terug N.m.m. ia de lezing van Dr. Krom eerder aan te nemen, omdat djati ook in andere woorden en in galar's is overgenomen en behouden : Dl. nan sadjati, sadjati— djatinjo=echt, zuiver, oorspronkelijk [vg], ook v.d. Toorn's woordenboek, bl. 113].