is toegevoegd aan uw favorieten.

De Minang Kabausche nagari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kernfamilie In nieuwe familie,^ dan bi ij ft sléchts één daarvan een volkshoofd leveren. 4).

Zoo'n panghoeloe andiko *') Vertegenwoordigt Ütis vooreerst de familie, die hem tot mama3 heeft, doch veelal ook een of meer andere familie's die door splitsing ontstaan of later in het dorp gekomen zijn; zoodanig personen-complex - soms één, soms meer familie s omvattend heet— de pajoeng van den paüghoeandiko, de individuen heeten zijn anas boeah."

(Het adatrecht van van Vollenhoven, 4de afl. bl. 254).

Voor „pajoeang" is misschien nog te verkiezen de omschrijving „machtssfeer"; de bedoeling van de beeldspraak zal toch meer zijn: de kring, yvaarin men toevlucht zoekt tegen regen en zonnehitte ; de panghoeloe is immers:

kojoe gadang di tangah padang

bakèh batadoeah hari hoedjan

bakèh balaoeang hari panèh;

oerèlnjo boelièh bakèh basélo

batangnjo boelièh bakèh basandd,

een groote boom midden in de vlakte, waar tóen schuilt voor den regen en schaduw zoekt in de hitte • op de wortels kan men rusten (zitten) en men kan leunen tegen den stam,

De familie, familie bevat alle personen, die volgens het

matriarchaat (dat nergens ter woreld zóó zuiver is in stand gebleven als hier) bloedverwanten zijn, d.w.z. die personen, die over en weer verhoeden zijn door middel van vroüwen die onderling verwant zijn; de personen die afstammen van ééne voor-moedèr, uit één oerbuik, paroeis.

Vandaar, dat men de familie, welke die personen bevat, noemt: saboeah paroeis, d i. (uit) één buik; en aan haar hoofd staat de panghoeloe;

salasoeang saajam gadang,

één haan die den omtrek van het rijstblok beiféerscht (niet duldt, dat een ander binnen dien kring komt). Door groote uitbreiding der familie komt het echter

") ten aanzien hiervan zjjn echter zeer vele misbruiken Voorgekomen; zie ook bl. 88 ten 6°.

**} andiko ia in het Oud Javaansch=ciienfl»r | JiWWidikü^ tevelen (inlichting van Pr, Ph, g, va» Konkel,