is toegevoegd aan uw favorieten.

De Minang Kabausche nagari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i ■ .. .

f. de IX Koto, administratief gevoegd bij de onderafdeeling Si Djoendjoeng.

g. Soengai Koenit en Talaoe, administratief gevoegd bij de onderafdeeling Moearo Laboeh.

De in de opgave genoemde Staatsbladen geven, behalve administratieve indeeling, aan, hoe, onder de leiding en het toezicht der besturende ambteraren; de bevolking in het bezit blijft van haar eigen rechtsbedoeling.

Uitvoerige bepalingen zijn gesteld ten aanzien van de rechtspraak in de streken genoemd onder a. en wel bij St. 1902 No. 415 ; kortheidshalve moet volstaan worden daarnaar te verwijzen.

De Gouverneur van Sumatra's Westkust heef'c voorgesteld voor alle boven genoemde landstreken (die genoemd onder e, f en g 11a de spoedig te verwachten inlijving) met uitzondering van de Mentawei eilanden, de rechtsbedoeling in te voeren, die elders in het gewest bestaat.

Niet omdat die rechtsbedoeling in allen deele een zegen moot worden geacht voor een Inlandse!) volk, doch omdat dit hoofd van gewest vermeent, dat er geene redenon bestaan den uitzonderingstoestand voor de genoemde landen te doen blijven bestaan.

De bevolking dier streken is zuiver Minang Kabausch en wijkt in de hoofdprincipes in het geheel niet af van die in het stamland. Verder hebben de landschappen genoemd onder e ƒ en g uitdrukkelijk verzocht te worden gebracht in een toestand, volkomen gelijk aan dien in de bovenlanden. En waar eindelijk voor de Batoe eilanden, die door een geheel ander menschenras bewoond worden, dan het vasteland, geen uitzondering is gemaakt voor de toepassing van het reglement op het rechtswezen in dit gewest) bestaat er geen aanleiding dit wèl te deen voor zuiver Minang Kabausche landstreken.

De Mentawei'eilanden echter, Welker bevolking nog in een beschaviagstoestand Verkeert, welke geenszins gescbikt is voor de toepassing van ons recht, zullen vooralsnog kunnen bleven in het genot van eigen reehtsbedeeling,

spraak60^6 re°'^ ^ebestaat züü veri'e, dat a'geüieen de iinato'i chatib- en bilal djoemabat, het £masdjid5"per5oneel5 vermeerderd met de »oerang malim" in de nagari, gezamenlijk met alle panghoeloe's zaken berechten

die met godsdienst en adat ia vefbaud staas^ epecim