is toegevoegd aan uw favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ra's op ca 8 M. hoogte aangebracht en van daaruit (A) als een samengebonden bundel van 4 draden naar

het stationsgebouw.

Deze vier draden A-E-S vormen tezamen de z.g. groote Antenne, welke benut woidt tot het ontvangen van alle golflengten, en het uitzenden van de grootere golflengten 1200—2300 M.), terwijl eene kleinere, nader te beschrijven antenne de uitstraling van de 600 M. golflengte bezorgt.

De groote antenne heeft dus den vorm van een parapluie met vier baleinen, reden waarom dit antenne-type gewoonlijk parapluie-antenne wordt geheeten.

De vier topdraden (tusschen toren en hoekmasten) zijn slechts van E tot S deel der eigenlijke antenne, het in de figuur gestippelde gedeelte ST', bestaande uit staalkabel met ingesplitste eier-isolatoren, draagt geen stroom doch dient slechts ter ophanging. S zijn daarbij hoogspanningsisolatoren, voorzien van klokvormige anti-pluimontlading trechters, welke metalliek met de werkzame antenne-draden zijn

verbonden. .

De vorenbedoelde kleine antenne is van het z.g. waaiertype en bestaat uit 6 phosphorbronsdraden F, welke boven opgehangen zijn aan een draagkabel H (gestippe ), wederom bestaande uit staalkabel met ingesplitste eier-isolatoren, welke in de lengte-as van het terrein boven over den toren loopt en beiderzijds, nabij de terreingrens, aan ingeramde ijzeren piketten is bevestigd.

De zes werkzame antenne-draden, boven eindigend in anti-pluimontlading isolatoren, loopen beneden naar een punt (B), vanwaar ze als samengebonden bunde naar het stations-gebouw loopen. Hierdoor ontstaat de, in figuur 2 zichtbare, waaiervorm. Met deze antenne wordt de 600 M. golf (voor verkeer met schepen in zee) uitgezonden.

Verder is nog aanwezig een tegengewicht, bestaande uit