is toegevoegd aan uw favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gemeten werd :

Antenne ') Stralings-weerstand weerstand Golflengte.

Landangan 2,65 Ohm. 2,0 Ohm. 1675 M.

Oiba 2,4 „ 2,7 „ 1610

Noesanivé 1,25 „ 2,6 „ 1650 „

Komen de stralings-weerstanden, te Landangan en Oiba gemeten, tamelijk goed overeen met die, berekend volgens Rüdenberg ') voor de aangegeven antenne-dimensies, n.1. 2,07 Ohm voor Landangan,

2,24 Ohm voor Oiba,

1,545 Ohm voor Noesanivé,

zoodat men aan kan nemen, dat voor deze beide stations de aanwezigheid van de geisoleerde torens van weinig invloed is geweest op den stralings-weerstand (de gemeten waarden kloppen namelijk goed met Rüdenberg's berekening voor eene vrij hangende antenne). Voor het Noesanivéstation zijn de gevonden waarden veel kleiner dan naar Rüdenberg berekend kan worden.

De stralings-weerstand te Noesanivé (Ambon) is dus merkbaar kleiner geworden door de torenaarding.

Wat den verlies-Weerstand betreft, zoo gaven metingen aan het Landangan-{Sitoebondo) station, alwaar de isolatie voor dit doel tijdelijk overbrugd kon worden, dat voor de oude antenne (90 M. lange topdraden) bij de aarding van de torenconstructie de verlies-weerstand bij 1675 M. ca. 19 % steeg, tegenover eene geisoleerde torenconstructie, de

') Bij meting waren de antennes te Landangan en Oiba anders dan te Noesanivé; later zijn ze aan de laatste gelijk gemaakt door verlenging der topdraden van 90 mtr. op 120 mlr.; de metingen werden na verandering niet herhaald. De cijfers hebben dus, ter onderlinge vergelijking, geene waarde, wel ten opzichte van die, volgens berekening naar Rüdenberg verkregen.

2) Zenneck, Lehrbuch 1913, blz. 202,