is toegevoegd aan uw favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbinding Oiba (Koepang)-ZVoesamW (Ambon), dat deze verbinding, waarvoor de overige omstandigheden nagenoeg gelijkwaardig zijn, naar beide zijden gelijkwaardig is.

Merkwaardig is, dat voor Landangan en Oiba de gemeten stralings-weerstanden, 2,65 Ohm en 2,4 Ohm, beide grooter zijn, dan die volgens Rüdenberg berekend (2,07 Ohm en 2.24 Ohm); dit kan natuurlijk op een meetfout berusten, daar bij deze metingen de stralings-weerstand uit den totaalweerstand is berekend (mijne eerste straling-meetmethode), zoodat foutieve /o/aa/-weerstand (deze wordt steeds, zooals hiervoor betoogd, te hoog gemeten) foutieven stralingsweerstand insluit.

Te Noesanivé werd mijne veel nauwkeuriger 2e stralingsmeetmethode, waarbij niet van den totaal-weerstand wordt uitgegaan, gevolgd. Dat echter voor Landangan een iets hooger waarde werd gevonden dan voor Oiba, terwijl volgens Rüdenberg het omgekeerde het geval moest zijn, behoeft niet uitsluitend aan een meetfout geweten te worden. Door het in Hoofdstuk I beschreven verschil in antenneophanging is toch de toreninductie te Oiba sterker dan te Landangan, hetgeen ook door de capaciteits-vergrooting werd bevestigd. Deze groote toremnductie beteekent tevens echter minder straling, zooals dit bij torenaarding, waarbij de inductie sterk wordt vergroot, wel het duidelijkst blijkt.

Voor zenden met lange golven bleek het gebruik van een tegengevüicht steeds gunstiger dan dat eener directe aarding. Practisch werd op alle stations bepaald, wat gunstiger ontvang-resultaat gaf, zenden op het tegengevüicht, of op het ingegraven aardnet (beide voren beschreven).

De practijk wees uit, dat voor alle drie stations zenden

We zien dus, dat in dit geval een max. wordt bereikt indien > To en dat voor eene antenne met geringe verliesweerstand = 0) de ontvangst onafhankelijk wordt van den stralings-weerstand.