is toegevoegd aan uw favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Integendeel, waar de eerste lijn hol verloopt, verloopt de tweede bol en omgekeerd.

Dan waren bij beide, hiervoor beschouwde, detector-soorten elk der beide meer-bedoelde lijnen voor + E en — E — ƒ (i i) steeds naar één en dezelfde zijde gekromd; dit is ook hier niet het geval, beide lijnen bezitten buigpunten. Berekent men verder naar de vergelijkingen (I) en (II) blz. 84 het verloop van Ed en rd als functie van i, dan vinden we ook iets geheel anders, dan voor den silicon- en carAorunc/um-detector.

Waar b.v. bij beide vorige detectoren, rd met eene hooge waarde begon en dan, vanaf eene kleine stroomsterkte, snel met toenemenden stroom verminderde tot eene tamelijk kleine eindwaarde voor i od, daar blijft hier de weerstand tamelijk lang constant, neemt daarna, blijkbaar door verwarming, iets toe, om dan, vanaf een bepaald punt (b) snel af te nemen ; zooals verderop zal blijken, interesseert dit laatste verloop in de praktijk niet meer, daar de detector zoo sterk overbelast is, dat de werking onaeconomisch wordt en ongelijkmatig, ja verwoesting onvermijdelijk is.

Ook de berekende E. M. K. Ed volgt een geheel ander verloop. In tegenstelling met de beide hiervoor behandelde detectoren, waarbij Ed de vergelijking volgde:

Ej — p. i. + q V i = K . rd . i,

wordt hier tot b. de vergelijking gevolgd:

Ed — K.2 . rd . i 1,75

zooals empirisch uit de kromme is af te leiden; d. i. dezelfde, welke op blz. 86 voor de karakteristiek van een metalliek thermo-element is gegeven.

De Zinkiet-koperpyriet detector geeft dus, indien we van de veronderstelling van een weerstand, welke onafhankelijk is van de stroomrichting, uitgaan, een thermoelement, dat geheel analoge eigenschappen heeft met een