is toegevoegd aan uw favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

metalliek thermo-element voor stroomsterktentotc.a. 2.5 milliampère, d.i. in het bereik, waarin de detector gebruikt wordt.

Boven deze belasting neemt de berekende thermo-E. M. K. nog slechts weinig toe, tenslotte zelfs af, terwijl de weerstand, welke eerst steeg, alsdan sterk daalt volgens de formule

2400 _

r<f = 1 70 + j-ï Ohm

ï (m. A)

(empirisch uit fig. 4c afgeleid).

We mogen veilig aannemen, dat we bij deze zeer sterke belastingen bezig zijn, door de ontwikkelde warmte, niet om een thermo-E. M. K. op te wekken, doch om den detector te vernietigen.

Als dus één detector, te oordeelen naar de karakteristiek, met een thermo-element mag worden gelijkgesteld, is het wel deze laatste, echter wettigt de karakteristiek alleen niet deze veronderstelling ').

]) Wat n.1. speciaal opvalt, is dat de opgewekte Thermometer E. M. K., volgens bovenvermelde beschouwingswijze berekend, voor den zinkiet-koperpyrietdetector van eene geheel andere grootte-orde is, dan die, welke we bij een metalliek thermo-element gewoon zijn waar te nemen. Meten we toch laatstgenoemde in micro- hoogstens mi/Zi-volts, dan bereikt de berekende ThermOrE. M. K. voor den detector (zie fig. 4c) als hougste waarde bijna 2 ooit. Willen we echter beide Thermo-E. M. K. vergelijken, dan moeten wij dit doen natuurlijk voor een zelfde primair Watt-verbruik. Het metalliek Thermo-Element van Fig. 5 nu, heeft voor eene opgewekte Thermo-E. M. K. van 0.1 milli-Volt een Watt-verbruik van ca. 150 micro-Watt. (I1 r<j), terwijl bij dit Watt-verbruik (0,433 milli Amp. bij rj = 800 ohm) de berekende Thermo-E. M. K. van den beschouwden detector 55,5 milli-Volt, d. i. 555 maal zoo groot is als bij het metallieke thermo-element. Hoewel dit reden geeft te betwijfelen of inderdaad we dan wel bij den zinkietkoperpyriet'dcteclot met zoo'n thermo-element te doen hebben, behoeft het echter ook niet als een bewijs tegen de gehouden afleidingswijze te gelden. We moeten toch bedenken, dat in de eerste plaats de Thermo-E. M. K. der twee gekozen mineralen ten opzichte van elkaar van eene heele andere grootte-orde kan zijn dan die tusschen twee metalen bij dezelfde verwarming, dat anderzijds in beide gevallen bij dezelfde toegevoerde electrische energie de verwarming op de contactplaats bij het gebruik der mineralen veel grooter zal zijn door de slechtere warmtegeleiding dier mineralen t/o/v metalen, waardoor bij den detector een grooter deel der op de contactplaats ontwikkelde warmte tot opwekking van de ThermoE. M. K. wordt gebruikt en een kleiner deel wordt weggeleid. Het best blijkt de mogelijkheid, dat we inderdaad met een thenno*E. M. K. te doen hebben,