is toegevoegd aan uw favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar echter deze, uit het contact van twee mineralen bestaande, detector dezelfde gelijkstroom-karakteristiek oplevert, als een metalliek thermo-element, dat uit het contact van twee metalen bestaat, daar baart het toch verwondering, dat een overgangsvorm tusschen beide, n.1. een detector, bestaande uit één mineraal en een metaal, waarvan de silicon- en carborundum-detector voorbeelden zijn, een, op geheel andere werking duidende, karakteristiek oplevert, waardoor men gerechtigd is te betwijfelen, of deze laatste beide detectoren wel als thermo-elennenten zijn op te vatten. Behalve de, op blz. 82 genoemde, methode om na te gaan of door verwarming van de contactplaats een eenigszins overeenkomstig verband tusschen opgewekte thermo-E. M. K. en verwarming is te verkrijgen, als bij verwarming door opgelegden, door den detector gestuurden stroom, is er wellicht nog eene andere wijze om na te gaan, of men hier met de veronderstelling a dan wel b te rekenen heeft.

indien we de werkingsgraad van een metalliek-thermo-element en een zinkietkoperpyriet-detector eens beschouwen.

Drukken wij deze uit door ^ — I —— 1

Ie . rd V I« /

waarin: lw = de ingeleide wisselstroom.

Ig ~— de grootst mogelijk te ontnemen gelijkstroom is, d. i. bij kortsluiting; dus Ig = —y rd

Bij den bovengenoemden energie-toevoer van 150 micro-Watt is het rendement van het metallieke Thermo-element 7] = 0,004 %, d. i. uitermate gering en voor den detector: fj = 2,46 %. d. i. wel veel meer, doch nog zóó laag, dat het geen onmogelijk te achten nuttig effect is. Het hoogst berekende, nuttig effect voor den detector ligt bij Iw = 2,625 milli Amp. en ia alsdan 37 /„, geen absolute onmogelijkheid dus.

Bij deze berekenwijze is aangenomen, dat de thermo-E. M. K. niet geringer wordt door de kortsluiting aan de gelijkstroomzijde Hoewel dit vermoedelijk niet correct is, zoude eene dergelijke vermindering het rendement Yj bij sterke belastingen verminderen, waardoor het betoog voor de mogelijkheid eener ThermoE. M. K. slechts aan sterkte wint.