is toegevoegd aan uw favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We zien daaruit, dat ook in de praktijk aan de formule wordt voldaan, daar:

niet o wordt voor J. 0, doch voorJ„~ J0 ( hier ca. 8,5 amp in de zendantenne).

Dit nu behoeft niet te verwonderen. Detector, telefoon en oor hebben toch alle een kleine begin-energie noodig, om eenigszins te reageeren; deze begin-waarde beteekent dus, dat bij ongeshunte telefoon (po oo) een zekere beginstroom aan de zenderzijde noodig is, om aan de ontvangzijde iets te hooren '). Dit zal wel niemand betwijfelen ; deze beginstroom is, zooals reeds bleek, eene functie van de absorptie tusschen beide stations en van den afstand. In het slechte jaargetijde was ze zelfs soms grooter dan de bedrijfsstroom, d.i. men hoorde dan het tegen-station niet.

Inderdaad voldoet de in de praktijk opgenomen lijn (fig. 8) zeer goed aan vergelijking (E), waarin dan:

K,2 0,0006 J0 8,5 Amp.

We mogen dus de afgeleide functies werkelijk op verdere metingen toepassen.

We hebben het dus in de hand, indien de uitgezonden energie constant wordt gehouden, uit de volgens de galvanometer-uitslag-methode of parallel- O/im-methode verrichte metingen, de aankomende energie (en daaruit dus de absorptie-

') Voor dit geval is toch de minimum, door den detector geleverde gelijkstroomsterkte ig iT de minimum telefoonstroom ; en dus Ed0 — *t (rdo rT ) Eerst indien Ed grooter wordt dan deze beginwaarde, begint men iets te hooren. Tot het produceeren van deze beginwaarde Ed0 is echter eene begin-zendstroomsterkte — JQ noodig. Is Ja dus kleiner dan J0, zoo hoort men niets zelfs voor po <z> (ongeahunt meet-telefoon).