is toegevoegd aan je favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige proeven, die echter uitsluitend met een golflengte van

600 meter zijn genomen.

Gemakshalve nemen we nu aan, dat de gebroken straal, van onbekende vorm, benaderd mag worden door een deel van een cirkel en dat voor de korte afstanden, welke bij deze proeven werden overbrugd (een paar honderd KM.) de aarde als een plat vlak mag beschouwd worden, de aardbuiging dus mag worden verwaarloosd ten opzichte van de gebergten, waarover heen de straal zich moet ronden.

De ruimte-straal wordt dus gedacht als een cirkelboog, waarvan de koorde is de verbindingslijn tusschen beide stations en waarvan de kromte-straal zoo klein is, dat de terreinhindernissen tusschen koorde en boog liggen, waarbij deze boog aan de bergkammen, waarover heen werking mogelijk bleek, juist raakt. Het is er nu ons om te doen, de kleinst mogelijke kromte-straal voor eene bepaalde golflengte daags te bepalen.

Noemen we den afstand van het ééne station tot een terrein-hindernis (berg) = p; den afstand van het andere station tot dien berg = q; den totaal-afstand tusschen beide stations derhalve = (p + <7); de hoogte van de hindernis = h en de kromtestraal van den boog, welke de beide stations verbindt = R alle in KM.) dan is voor h < R :

^3. P- q 2h

Liggen nu meerdere hindernissen tusschen beide stations, dan verbindt natuurlijk die cirkelboog hen, waarvoor R de kleinste waarde geeft, daar kromming om de hoogste hindernis mogelijk moet zijn. Voor de beschouwde verbinding met de „Tromp" is dan de minimum straal:

R = 1 565 K.M. = 0.246 X de straal van den aardbol.

Hieruit blijkt dus duidelijk, dat zelfs bij gebruik van eene golflengte van slechts 600 M. de ruimte-straal daags zich