is toegevoegd aan je favorieten.

Radio-telegrafie in de tropen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1, 2, 3 enz., die deze verbindingen moeten bewerkstelligen, steiler moeten uitgaan in Z, naarmate het te verbinden station dichterbij ligt (vergelijk b.v. straal 1 — 1' met 5—5').

De ingeteekende afstanden, zijn nu genomen overeenkomstig afstanden in de praktijk van belang en wel zijn: = afstand Noesanivé—Tromp = 150 K.M. ^ = „ Oiba—Noesanivé = 890 Z—3^ = „ Landangan—Oiba = 1090 ^ ^ » Landangan—Noesanivé = 1620 Z 5 „ Aiermelek—Landangan = 2540 „

"t = » Aiermelek—Oiba = 3580 ^ •> Aiermelek—Noesanivé =3775

= ». Aiermelek—Osaka = 5500 Nu zijn echter deze stralen 1—6 niet alle even krachtig. Volgens de Herz'sche theorie toch is de veldsterkte, door e^n , .e.f/ren osci"ator in een verwijderd punt opgewekt, afhankelijk van den hoek, welken uitgaande straal en oscillator onderling maken. Als gevolg hiervan straalt eene verticale antenne het sterkst in een horizontaal vlak, in 't geheel niet in de antenne-richting zelve; wij moeten de antenne dus opvatten als een verticale, electrisch lichtende draad, ze gedraagt zich als een verticale gloeilampdraad voor lichtgolven.

De stralmgskarakteristiek is, waar bij constanten afstand de in een verwijderd punt opgewekte veldsterkte evenredig is met de sinus van den hoek tusschen straal en oscillator, een cirkel, n.1. b.v. de geteekende cirkel Z, 1,

2, 3, 4, 5, 6. De lengten der ingeteekende koorden (pijlen)

geven dus een maat voor de straling in de richting dier pijlen.

Men ziet dus, dat bij het overbruggen van langere afstanden s nachts, natuurlijk wel de grootere lengte van den straal (afstand) een ongunstige factor blijft beteekenen, och dat de straal zelf krachtiger is. Daardoor was het 's nachts niet mogelijk den afstand Z-l' (Noesanivé—Tromp) te overbruggen, doch wel den 24-maal langeren afstand Z 6*