is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

materiaal waren ingesloten, zooals men dat in de zijwanden van de grot kan zien. De tufbanken liggen in het algemeen horizontaal, doch de lagen grijpen min of meer wigvormig ineen. Zoo ziet men de banken fijne tuf, waaruit de zijwanden van Roemah Batoe bestaan, iets verder snel in dikte afnemen,

terwijl in hun plaats lagen grover materiaal treden. De vloer is behalve op enkele plaatsen, waar water uit het dak druppelt,

zeer droog en met fijne vulkanische asch — uiteengevallen fijne tuf — bedekt, waarin hier en daar steenbrokken liggen, die uit het dak naar beneden zijn komen vallen. Ik vervolgde het terras nog in een andere richting en vond toen al spoedig een kloof,

die van boven af tot op dit terras den berg in tweeën deelt en een doortocht veroorloofde naar de noordwest- en westzijde van den berg. In hoofdzaak was hier de bouw van de terrassen volkomen dezelfde. Toen ik in het schemerdonker naar Roemah Batoe terugkeerde, leverde deze grot een fantastisch tooneel op;

aan de eene zijde was mijn veldbed opgeslagen en aan de andere zijde hadden de koelies het zich om verscheidene vuurtjes gemakkelijk gemaakt en waren bezig hunne rijst te koken. Achter in de grot, grillig door de vlammen verlicht, zat geheel afgezonderd mijn gids, die met zijn lange haren, zijn verweerd lichaam, slechts met een tjawat van boomschors bekleed en zijn schuw en wild uiterlijk, mij toescheen de werkelijke holbewoner te zijn, die, door het onverwachte bezoek opgeschrikt,

zich zoover mogelijk in zijn hol had teruggetrokken. Het grootste 6 Maart, gedeelte van den nacht gebruikte ik voor het doen van barometer-waarnemingen ; overigens verjoegen een hevig onweêr, het bewustzijn van de nabijheid der Poenans en de vrij gevoelige en ongewone koude den slaap uit ons kwartier en reeds voor zonsopgang was ik weder buiten om een onvergelijkelijk fraaien morgenstond te genieten. Daar ik ditmaal niet voor een langer verblijf was ingericht, ging ik te 9 uur weder bergaf en te 12 uur had ik Na Raoen bereikt, waar intusschen de bouw van de pondok zoover was gevorderd, dat ik daarin mijn intrek kon nemen. Een gedeelte daarvan was met boomschors