is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steen voor het grootste gedeelte bestaat uit kiezelpantsers van Radiolariën. Het onderzoek van Dr. Jennings Hinde (zie Appendix van dit werk) heeft aan het licht gebracht, dat deze Radiolariën in prae-cretaceïschen tijd moeten hebben geleefd.

Deze merkwaardige gesteenten, die in vele opzichten een groote overeenkomst vertoonen met de recente diepzee-afzettingen, die onder de namen Red clay en Radiolarièn-ooze door de onderzoekingen van Murray en Rénard een algemeene bekendheid hebben gekregen, hebben in West-Borneo een groote verspreiding. In het meerengebied trof ik hen aan in losse stukken in de Sei Tëlijan bij Genting Doerijan, voorts als vast gesteente op den Bt. Badau, die er voor het grootste gedeelte uit schijnt te bestaan, meer westelijk op eenige plaatsen in Sërawak, eindelijk in het bed van de Pësaja bij Siengka en op enkele andere punten in de nabijheid hiervan. Wederom vond ik deze gesteenten in grootere hoeveelheid en rijkere verscheidenheid in de Boven-Kapoewas, de Sei Kërijau en de Sei Boengan, waar ik ze tot dicht bij de grenzen van West- en Oost-Borneo kon vervolgen, terwijl ten slotte ook een stuk uit het stroombed van de Boven-Mahakkam in Oost-Borneo in mijn bezit kwam1). Overal maken zij, evenals in het Batang-Loepar-land, deel uit van een systeem van lagen, dat met nagenoeg oostwestelijke strekking sterk is geplooid. Deze lagen zijn trouwens aan de Boven-Kapoewas niets anders dan de oostelijke voortzetting van het systeem in het Batang-Loepar-land; op beide plaatsen vormen zij denzelfden horizont in het systeem van lagen, dat ik onder den naam Danauformatie heb saamgevat. In dit systeem ingeplooid, komen in het Boven-Kapoewas-gebied in de nabijheid van den Goeroeng Dëlapan als jongere lagen grove zandsteenen voor met Orbitolina's, die in het middenste gedeelte der krijtformatie te huis behooren, zoodat zoowel langs direkten als langs indirekten weg

i) Volgens een schriftelijke mededeeling van Nieuwenhuis, die het Mahakkam-gebied in 1896 bereisde, bestaan de rotsen bij de groote watervallen van de Mahakkam uit melkwitten hoornsteen. Ik twijfel er niet aan, dat die hoornsteen tot deze zelfde formatie behoort.