is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io5

Even na 4 uren zeiden wij het Sërawaksche grondgebied weder vaarwel en snel marcheerend, kwamen wij te 6 uren te Na Badau aan, waar ik op den top van den Bt. Pérak nog geruimen tijd genoot van het schouwspel van een zwaar onweer, dat zich op den Bt. Bësar ontlastte.

Van alle pasovergangen tusschen de groote stroomgebieden in Borneo is deze tusschen de Batang-Loepar en de groote meeren in het stroomgebied van de Kapoewas de meest bekende. Als baanbreekster moet Ida Pfeiffer worden genoemd, die in 1852 hier het grensgebergte overschreed. Waarschijnlijk heeft zij ongeveer den ons reeds bekenden weg van Loeboek Antoe gevolgd, doch met zekerheid is dit uit hare beschrijving niet op te maken. Uit alles blijkt, dat haar oor volstrekt niet aan de Maleische of Dajaksche klanken gewend was, om welke reden weinig gezag aan de door haar opgegeven namen moet worden toegekend. Zij verliet de Batang Loepar op 28 Januari te Bengkalang Sing-Toegang aan den voet van het gebergte Sëkamiel. Met Bengkalang is natuurlijk „pangkalan" (punt waar de landweg begint, de landings- of inscheepplaats) bedoeld. Den naam Sing-Toegang heb ik evenmin als het gebergte Sëkamiel kunnen vinden; misschien is met den eersten Sékoenang bedoeld, dan zou zij langs de Sëkoenang de Sei Boenoet bij Boenoet hebben bereikt. Na twee dagmarschen van acht uren bereikte zij aan gene zijde van de waterscheiding de Beng-Kallang-Boenot aan de rivier Batang Loepar. Klaarblijkelijk moet men hiervoor lezen de pangkalan Batang Loepar aan de Sei Boenoet. Langs die rivier bereikte zij het meer Boenoet, dat geheel met boomstammen was opgevuld, die niet ontworteld verspreid lagen, maar vast in den grond stonden; zij waren echter dood en hadden takken noch kroonen. Met dit meertje is waarschijnlijk het overstroomde bosch, dat ten Noorden aan het Danau Sërijang grenst, het Danau Loepa Loewar, bedoeld. Een breede waterweg, een natuurlijk kanaal van een kwartier lang, bracht haar in een tweede meer, Taoman genoemd, dat grooter was dan het vorige en een volkomen reinen, schoonen waterspiegel had,