is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sedert de vestiging van den militairen post te Na Badau in 1880 en het aanleggen van den weg tusschen die plaats en de Batang Loepar is deze pasovergang zoo dikwijls ook door Europeanen gebruikt, dat het niet de moeite waard is, uit dien tijd reizigers op te noemen, die beschrijvingen van deze wandeling hebben gegeven. Omtrent den geologischen bouw was echter tot nu toe nog nergens iets medegedeeld.

De top van den 138 Meter hoogen Bt. Badau, in de nabijheid 14 April, van Na Badau aan de overzijde van de Sei Boenoet, die, zooals op pag. 95 reeds werd opgemerkt, geheel uit jaspis-lei met tallooze Radiolariën bestaat, was kaalgehakt voor de inspectiereis van den chef van den topographischen dienst, den overste Bosboom , en het uitzicht van dat punt bood een zoo voortreffelijk overzicht aan over de Batang-Loepar landen, dat ik het grootste gedeelte van den dag daar vertoefde om peilingen te nemen en het panorama te schetsen. De breede vlakte van het gebied der groote meeren kan men hier geheel overzien. Zij wordt naar het Noorden begrensd door het heuvelland, waartoe ook de Bt. Badau zelf behoort, dat meer noord- en vooral noordoostwaarts met behoud van de oostwestelijke strekking in een bergland overgaat. In het heuvelland zelf treedt, van ons standpunt gezien, de Gn. Tadjoem (284 M.) ten Zuid-Zuidoosten van den Bt. Pan het meest op den voorgrond. Ik peilde dien berg O 15 N. Schuin tegen dit heuvelland gericht is een in NNW—ZZO richting aaneengeschakelde groep van bergen,

die het meeren gebied ten Oosten begrenzen, en het scheiden van het dal van de Sei Lëbojan. Ik wil hen de bergen van Lantjak noemen. Van Noord naar Zuid peilde ik den Bt. Engkoeni (605 M.) O 8 N, den Bt. Sëmbëroewang (752 M.), den hoogsten van de geheele groep, O 9 N, den Bt. Mëlijau (707 M.) O 8 Z, en,

door lage heuvels hiermede samenhangend, den Bt. Sap (320 M.).

De uit graniet bestaande Bt. Sap heeft een meer zacht glooienden vorm dan de overige, uit geplooide sedimenten saamgestelde bergen van deze groep. Meer zuidelijk volgt de alleenstaande Mënjoekoeng-groep, waarvan de hoogste top Z 59 O werd ge-