is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de daarmede evenwijdige ketens, die de Sëbëroewang van de Silat scheiden; welke alle O—W of O.Z.O—W.N.W. verloopen. Naar het Noorden wordt het dal door de O 25 Z—W 25 Z gerichte Biroe-reeks van het lagere land van Soehaid en Sëlimbau gescheiden. In deze reeks is ten Westen van de Bt. Biroe de Bt. Mërangat zeer in het oog vallend door groote witte vlekken, waarschijnlijk rotspartijen. De Oejan en de Rajoen, welke beide, wat vooral bij de Rajoen duidelijk is, deel uitmaken van een O.Z.O—W.N.W. gerichte heuvelrij, verdeelen het breede dal van de Sëbëroewang in haar brongebied in evenzoo gerichte strooken. Zij zenden slechts onbeduidende uitloopers meer naar het Westen uit.

Het uitstapje naar den Oejan kan van uit Pijang in één dag worden gedaan.

Het pad, dat de communicatie onderhoudt tusschen het stroomgebied van de Sëbëroewang en de Embahoe, begint bij Pijang en loopt langs den Rajoen. Het loopt aanvankelijk in O.N.Orichting recht op den Rajoen af, nu eens vlak langs de sterk kronkelende Sëbëroewang, dan weder zich een goed eind van de rivier verwijderend. Het pad gaat over zanderigen bodem door oude ladangs; vast gesteente ziet men niet. Ongeveer 21/4 K.M. van Pijang doorsnijdt het de bedding van de Bëdoengan, een vrij aanzienlijk bronriviertje van de Sëbëroewang. In de bedding liggen talrijke rolsteenen van zandsteen, wetlei, kleizandsteen en diabaas. Het pad buigt zich daarna meer noordwaarts om en voert over een terreinglooiing, die juist ten Westen van den Rajoen loopt en als een voortzetting van den westelijken uitlooper (spoor) van dien berg kan worden beschouwd. Vast gesteente komt hier in enkele geïsoleerde steenklompen voor den dag; het is hier dezelfde steensoort, die in den Bt. Rajoen een groote rol speelt, de zooeven reeds genoemde Rajoen-breccie, hier vrij rijk aan kalksteenstukken. Het pad bereikt nu de Bëdoengan weder bij het verlaten huis van denzelfden naam, dat op den rechteroever ligt. In het bed van de Bëdoengan, vooral in de rotswanden aan den rechteroever, ligt