is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heuvelrij uit kwartsiet opgebouwd, die zich eveneens mijlen ver met gelijke kamhoogte uitbreidt. De openingen in den muur, in Transvaal zoo karakteristiek „poorten" genoemd, ontbreken ook hier niet; zoo doorbreekt de Silat de Sëraboenreeks door een typische „poort". De Sëraboenreeks (zie kaart IV) begint reeds bij de Kapoewas-rivier x), waar de Bt. Sëtoenggoel (355 M.), die uit zwak zuidwaarts hellenden zandsteen is opgebouwd, als haar eersten voorpost mag worden beschouwd. Dan volgt, door een strook lager land daarvan gescheiden, de Sëbalang (507 M.) ten Oosten waarvan de Sëraboenreeks zich in twee takken verdeelt, die nu evenwijdig met elkander zich naar het Oost-zuid-oosten voortzetten. De noordelijkste van deze twee takken, de eigenlijke Sëraboenreeks, zet zich verder met onveranderlijke regelmatigheid over een afstand van 100 K.M. voort, waarbij de kamhoogte, behalve in de „poorten", bijna nimmer beneden 400 Meter daalt en nergens 500 Meter overschrijdt. Als het oosteinde van de Sëraboenreeks is hier de Bt. Bëranak in het stroomgebied van de Gilang gekozen, omdat hier de eigenaardige vorm verdwijnt en het gebergte hooger wordt; de Bt. Bëranak (540 M.) zelf is het eenige punt in de Sëraboenreeks, dat zich boven de 500 Meter-lijn verheft. De Sëraboenreeks versmelt daar met de gebergten, die de zuidelijke voorposten van het Madi-plateau kunnen genoemd worden. De breedte van het Sëraboen-gebergte, voor zoover het zich boven de 100 Meter-lijn verheft, is gewoonlijk nog iets geringer dan één kilometer. De zuidelijke tak, die ook wel naar haar voornaamste verhevenheid, de Bt. Mërdja (690 M.), de Mërdja-reeks kan worden genoemd, is veel minder regelmatig en hangt tevens innig met de eigenlijke Sëraboenreeks samen, hetgeen het best daaruit blijkt, dat het dal van de Djitan-rivier, die de beide reeksen van elkander scheidt, een hoogvlakte vormt, die boven de 100 Meter-lijn ligt. Door het dal van de Dangkang en de Entibah wordt de Mërdja gescheiden

1) I11 hoever zij zich misschien ook nog aan den rechteroever van de Kapoewas voortzet, is niet bekend.