is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar de beek Madoeng uitmondt in de Boeloe, een klein bergstroompje, dat op den Pijaboeng ontspringt. Een groot deel der bewoners leed aan kropgezwellen, welke ziekte ik langs de

Fig. 56. Boekit Pijaboeng.

Gaang en de Tëpoewai zeer veelvuldig bij volwassenen en zelfs ook bij kinderen waarnam. Wij beklommen eerst een noordwestelijken uitlooper van den Pijaboeng, die uit kleilei en graniet-breccie is opgebouwd. Op 350 M. hoogte bereikten wij een ladang-huisje, van waar ik mijn drie dragers naar Antoek terug zond om eenige goederen te halen, die des morgens moesten achtergelaten worden.

14 Aug. Het pad voert van hier door het dal van het beekje Tëlëpan en de beklimming van den berg heeft dan plaats aan de noordzijde van een der westelijke uitloopers van het gebergte. In de bedding van het beekje is het vaste gesteente wetlei, wier scherpe lagen 78° naar het Zuiden hellen. Er liggen in dit beekje talrijke rotsblokken van amphibool-porphyriet, porphyriet-tuf, porphyriettuf-breccie en kiezel-lei. Wij klommen recht zuidwaarts tegen de steilte op; niet zonder de grootste inspanning werd een nagenoeg loodrechte, 65 Meter hooge, brokkelige rotswand overwonnen, waar slechts hier en daar stammetjes of wortels de noodige steunpunten aan hand of voet gaven, en in twee uur tijds werd de graat bereikt, die ons nu gemakke-