is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 7

bedekte berghelling tot aan de bedding van de Midih-rivier,

die wij te 12.45 P- m- bereikten op een punt, dat 734 M. lager ligt dan de kamhoogte van den Madi. Zoowel onder de rolstee-

O O

nen als in het vaste gesteente aan de Midih vindt men uitsluitend zandsteen en kleisteen, welke hier en daar kooldeeltjes bevatten; ook langs den geheelen bergwand van den Madi trof ik geen ander gesteente aan. De Midih is hier nog een onbeduidend bergstroompje, welks bedding wij nu stroomafwaarts in zuidoostelijke richting volgden. Wij vingen hier een buitengewoon grooten schildpad en toen ik mijn wensch te kennen gaf dezen levend mede te nemen, bond Wangsa Patti hem op de zware kist, die hij reeds droeg, daarmede zijn vracht weder met minstens 25 KG. vermeerderend. Ik vermeld dit feit hier als een staaltje zoowel van de groote bereidwilligheid als van de buitengewone lichaamskracht en taaiheid van dit Dajaksche hoofd.

Dezen dag zag ik als vast gesteente in de Midih slechts kleisteen, afwisselend met zandsteenbanken. De lagen zijn veelal gestoord en hier en daar geplooid; de heerschende strekking is O 15 Z, de helling gewoonlijk sterk naar het Zuiden. Te 4.30 sloegen wij ons nachtverblijf bij een geschikt punt aan de Midih op. Met groote handigheid vingen de Dajaks een aantal kleine,

maar zeer welsmakende visschen. Wij bevonden ons hier op 440 M. hoogte, dus 815 M. lager dan op den bergkam van het Madi-gebergte. Een gestadige regen deed des nachts het riviertje a/3 Meter wassen.

Wij volgden, te 6.30 a. m. opbrekend, de sterk kronkelende 21 Sept. Midih stroomafwaarts, nu en dan de bochten der rivier door het bosch afsnijdend. De oevers zijn meestal laag en vast gesteente, uitsluitend zandsteen en kleisteen komt slechts op enkele plaatsen te voorschijn. Te 8 a. m. bereikten wij het punt,

waar de Midih Bëhansap, een stroompje van nagenoeg dezelfde breedte als de Midih, zich met deze vereenigt en wij vonden hier het door ons verloren pad weder terug. De Midih, die door tal van beekjes, die van de zuidsteilte van den Madi tentoe afvloeien, wordt gevoed, mondt uit in de Sei Mërya en langs