is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(i 200 M.), de bergen in de Oeloe Mandai, de Oeloe Mëlawi en de Siang-Moeroeng-streek. Zuid-oost- en zuidwaarts zweefde mijn blik door niets gestoord over het eindelooze heuvel- en vlakkeland van Zuid-Borneo, ik zou bijna durven zeggen tot aan de Java-zee. Slechts één teleurstelling bood mij het panorama. Het bleek mij duidelijk dat ik niet den hoogsten top van den Bt. Raja had bereikt. Door een breede glooiing van den top, waarop ik mij bevond, gescheiden, verhief zich west-zuidwest van mijn standpunt een naar schatting nog omstreeks 100 M. hoogere top. Het moet die top zijn, waarvan de hoogte, bij gelegenheid van de topographische opname, door peilingen op 2278 M. is bepaald. Wel beweerden de Dajaks van Mënari, die met mij waren, dat de top, waarop wij stonden, inderdaad de hoogste van Bt. Raja was en dat gindsche, nog hoogere top een andere berg, de Bt. Mëlaban Boeli, zou zijn, doch uit de peilingen die ik van hier deed, is mij met behulp van de topographische kaart duidelijk gebleken, dat ik mij inderdaad iets oostwaarts van den hoogsten top bevond en die dus nog onbestegen is gebleven. Daar gebrek aan rijst mij niet veroorloofde nog één of twee dagen*) voor het bezoeken van den hoogsten top te besteden, moest ik er mij mee tevreden stellen de eerste bestijging uitgevoerd te hebben van één der twee hoogste toppen van den Bt. Raja2).

1) Men moet hierbij in aanmerking nemen, dat de moeielijkheden van het terrein hier van dien aard zijn, dat men op één dag wellicht niet meer dan 3 of 4 kilometer kan afleggen, zoodat ik betwijfel of de betrekkelijk geringe afstand, die de beide hoogste toppen van den Raja van elkaar scheidt, in één dag zou af te leggen zijn, terwijl men ook nog rekening moet houden met de talrijke diepe kloven in den bergkam, die dikwijls tot het maken van belangrijke omwegen dwingen.

2) Teuscher heeft in 1883 eene botanische reis langs de Mëlawi en de Sërawai gedaan en maakt daarin melding van een, zij het ook gedeeltelijke, beklimming van den Bt. Raja van uit Nanga Sëpan aan de Tjëloendoeng, een zijtak van de Sërawai. Hij is van daar uit één dag een pad bergopwaarts gevolgd, en is, na daar in het bosch overnacht te hebben, den volgenden dag weder naar Nanga Sëpan teruggekeerd. Daar nu de afstand van Nanga Sëpan tot aan den Bt. Raja, ongerekend de stijging, 22 KM. bedraagt, kan Teuscher die, zooals uit zijn verhaal blijkt, bovendien geen goed voetganger was, zelfs den voet van den Bt. Raja onmogelijk bereikt hebben. Uit de door mij gemaakte ervaring meen ik te mogen besluiten, dat zelfs iemand, die volkomen physiek voor zulk een tocht berekend is, van uit